06 november 2025
Nieuwsbericht
Beleid

In Poperinge bouwen bewoners zelf aan zorgzame buurten: inclusie en initiatief van onderuit vormen de basis

In Poperinge ontstaan zorgzame buurten niet van bovenaf, maar groeien ze uit ideeën van de inwoners zelf. Hun noden en talenten vormen de basis voor nieuwe initiatieven, die met hulp van de stad verder vorm krijgen. Van een herstelcafé tot workshops plantjes stekken: wat mensen zelf voorstellen en willen dragen, krijgt de ruimte. Zo ontstaat stap voor stap opnieuw het dorpsgevoel dat velen missen: met ontmoetingen en samenwerking tussen jong en oud als fundament.

Zorgzame Buurt - Poperinge

“Een toevalstreffer”. Zo omschrijft Charlotte Devrekere de uitnodiging die Poperinge in 2021 kreeg om deel te nemen aan zorgzame buurten. “In 2006 openden we lokaal dienstencentrum De Bres in het stadscentrum, maar we hadden ook nog een erkenning om een mobiel dienstencentrum uit te rollen in een van onze deelgemeenten. Door een personeelstekort bleef dat plan liggen. Dankzij zorgzame buurten konden we het uiteindelijk realiseren”, vertelt Charlotte, verantwoordelijke voor de dienstencentra, opgelucht. “Het nieuwe centrum De Buurtbres kreeg een plaats in Roesbrugge-Haringe, de meest afgelegen deelgemeente van Poperinge. Vanuit het nieuwe LDC zetten we de eerste stappen om van deze deelgemeente een zorgzamere buurt te maken.”

Zorgzaam Poperinge

Die eerste ervaring smaakte naar meer. Al snel groeide de ambitie om niet enkel Roesbrugge-Haringe, maar heel Poperinge zorgzamer te maken. “Vandaag wordt er daarom in vier van de vijf deelgemeenten en in het stadscentrum gebouwd aan een zorgzame buurt”, legt Charlotte uit. “De vijfde deelgemeente zit in de opstartfase. Overal hanteren we dezelfde aanpak.”

Een belangrijk vertrekpunt daarbij is het persoonlijk contact. “Een medewerker van het LDC trekt van deur tot deur om zich voor te stellen en tegelijk te luisteren naar de vragen en verwachtingen van inwoners. Zo leren we de mensen kennen en weten zij bij wie ze terechtkunnen. Dat contact zorgt voor wederzijds vertrouwen, maar leert ons ook veel over de noden die er zijn. “Inwoners missen het dorpsleven van vroeger waar mensen elkaar nog kenden en voor elkaar in de bres sprongen. En er is veel vraag naar duidelijkheid over bestaande dienstverlening: waar kan ik terecht met welke vraag?”  

In een volgende stap nodigen Charlotte en haar collega’s inwoners uit om in groep na te denken over de dringendste noden en mogelijke oplossingen. “Tijdens brainstormsessies lichten we kort de doelstelling van zorgzame buurten en de rol van het LDC toe. Daarna werken inwoners in groepjes en onder begeleiding van een professional rond thema’s zoals mobiliteit of dienstverlening. Elk groepje maakt een inventaris van wat er al is en wat ontbreekt. Daarna schuiven de inwoners door naar een ander thema waar ze verder bouwen op de ideeën van de voorgangers. Tot slot worden de resultaten gepresenteerd en stemmen de bewoners. Het voorstel met de meeste stemmen krijgt de hoogste prioriteit.”

Herstelcafé

“Zo bleek uit de brainstormsessies dat inwoners onder meer nood aan hebben aan meer kennis rond mobiliteit”, zegt Esther  Neuville, centrummedewerker van LDC De Buurtbres. “Poperinge is uitgestrekt en in sommige dorpen rijdt de bus slechts enkele keren per dag. Hoewel de stad ook voorziet in mindermobielenvervoer voor senioren en kwetsbare personen, bleken veel  inwoners daarvan niet op de hoogte. Ook de digitale apps, zoals die van De Lijn of voor het reserveren van een deelauto, zorgden voor problemen. Om die knelpunten aan te pakken, organiseerden we samen met enkele partners een infosessie waarin de verschillende mogelijkheden werden toegelicht: van openbaar vervoer tot het gebruik van mobiliteitapps.

Maar de inwoners wilden meer dan alleen geïnformeerd worden. Ze hadden ook zin om de handen uit de mouwen te steken. Zo ontstond het soepcafé, waar vrijwilligers met groenteoverschotten van de lokale landbouwers soep bereiden. Is ze klaar, dan mogen buurtbewoners komen proeven. “Dat is gratis, al kan je wel een bijdrage leveren of helpen met de afwas”, legt Esther uit. “Ook het herstelcafé is een schot in de roos. Het idee kwam van een bewoner die zijn kennis over elektronica wilde delen.  Het voorstel kreeg tijdens de brainstormsessies veel bijval. Het café vindt maandelijks plaats in Watou, waar inwoners naast elektrische apparaten ook kledij en meubels kunnen laten herstellen. Of zich kunnen laten helpen bij digitale en administratieve vragen. De trekkers zijn telkens Poperingenaars zelf en vanuit alle deelgemeenten en het centrum komen ze ondertussen naar hier.”

Zorgzame Buurt - Poperinge

‘Jij komt toch ook?’

Lokaal talent inzetten heeft veel voordelen, weet Charlotte. “Het brengt mensen naar buiten, bevordert sociale contacten en geeft hen het gevoel iets te betekenen.” Daarom organiseert het team van het LDC ook workshops. Die worden niet gegeven door professionele instructeurs, maar door inwoners van Poperinge. Van plantjes stekken, witloof inleggen tot ovenkoeken bakken. “Door lokaal talent in te zetten, bereik je ook meer mensen. Waar vroeger bij activiteiten soms maar een handvol bewoners deelnam, lukt het nu om grotere groepen te enthousiasmeren. Bewoners moedigen elkaar aan: ‘Ik geef die workshop, jij komt toch ook?’ Zo ontstaat een beweging van onderuit, gedragen door de talenten van de buurt zelf.”

Hoe ontdek je lokaal talent? Door de bewoners te kennen, maar ook door aan te haken bij andere projecten. Poperinge werkt bijvoorbeeld mee aan het Europese leerecosysteem dat inzet op informeel leren. Partners delen hun leervragen en zoeken bij elkaar naar het juiste talent. Als LDC-verantwoordelijke is Charlotte betrokken bij dat systeem. “Zo leidde de vraag van een anderstalige moeder die wilde leren fietsen tot fietslessen voor meerdere deelnemers. En toen een inwoner ervan droomde om het kaartspel manillen onder de knie te krijgen, werden ervaren senioren ingeschakeld om het aan een hele groep geïnteresseerden te leren. Ook de plaatselijke lagere school nam het initiatief over en leerde haar leerlingen manillen. Vervolgens haakte Okra mee in en organiseert nu soms spelmomenten voor jong en oud. Zo worden kennis en kunde op een laagdrempelige manier doorgegeven en ontstaan intergenerationele ontmoetingen.”

Een zorgzame buurt vraag inzet van alle generaties. “In het begin bereikten wij vooral ouderen, daarom plannen we nu ook activiteiten buiten de werkuren en zoeken we samenwerkingen met bijvoorbeeld scholen om jongere ouders aan te trekken”, legt Charlotte uit. Zo mochten we het herstelcafé al meermaals in de school van Watou organiseren en er de lasercutter gebruiken. We combineren het café dan met een creatieve workshop waarin deelnemers hun eigen sleutelhanger ontwerpen. Dat trekt een breder publiek. Toch blijft het een uitdaging om jonge, kwetsbare mensen te bereiken. We experimenteren, leren bij en werken samen met partners die expertise hebben in die doelgroepen.”

Niet elk voorstel van de inwoners kunnen Charlotte en haar collega’s realiseren, vaak om budgettaire redenen. “In Roesbrugge vroegen bewoners om het stopgezette dorpskrantje nieuw leven in te blazen. Dat bleek niet haalbaar, maar we zochten wel alternatieven. Zo stelden we voor om aankondigingen voortaan op onze stadswebsite te zetten. Zo proberen we met elk signaal iets te doen.”

Dorpsgevoel

Na drie jaar ziet Charlotte het dorp van vroeger stilaan herleven. “Mensen komen meer buiten en ontmoeten elkaar weer. We zorgen ook af en toe voor kleine contactmomenten, zoals koffierondes tijdens Dag van de Buren bijvoorbeeld. Daarmee tonen we dat het niet nodig is om te wachten op het herstelcafé of een workshop om anderen te ontmoeten. Plaats wat stoelen buiten, maak koffie en sla een praatje.”

Verduurzamen van wat er ondertussen is, voelt Charlotte dan weer aan als een uitdaging. “Het is belangrijk om de goede relaties die je hebt met partners te onderhouden en nieuwe partners warm te maken om mee te doen. Dat laatste loopt niet altijd vanzelf. Sommige organisaties blijven liever op eigen terrein. In Poperinge trekt het dienstencentrum het project zorgzame buurten. Op veel plaatsen is de stad of de gemeente initiatiefnemer en ligt die verantwoordelijkheid bij één dienst. De vraag is of dat wel de meest duurzame aanpak is. Als je van een stad écht een zorgzame plek wil maken, dan moet het breder gedragen worden. Maar het is niet altijd gemakkelijk om als verantwoordelijke dienst andere opdrachten te geven. Het zou beter zijn mocht het initiatief niet afhangen van één trekker, maar al van bij de opstart tot het takenpakket van de hele stad behoren.”