De pilootfase
Met de pilootfase wordt er een belangrijke stap gezet richting een nieuw, eengemaakt overheidskader voor de Centra voor Ambulante Revalidatie (CAR) en de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG). Deze pilootfase start op 1 april 2026 en loopt tot 31 december 2027; en moet richting geven aan de brede uitrol van het nieuwe overheidskader in 2028.
Waarom deze pilootfase?
Vandaag werken de CAR’s en de CGG’s met verschillende regels, financieringen en kwaliteitskaders, hoewel ze beide gericht zijn op personen die kampen met ernstige psychische zorgnoden. Vanuit de Vlaamse overheid wil men deze verschillen wegwerken door één gemeenschappelijk overheidskader te bouwen, gebaseerd op het Decreet Geestelijke Gezondheid (2019).
Dit nieuwe kader moet:
- de zorg toegankelijker maken voor de zorggebruiker en diens context,
- samenwerking versterken,
- administratieve drempels wegwerken,
- en de kwaliteit van zorg transparanter maken.
Door deze veranderingen eerst in een pilootfase te testen, kan men leren wat werkt, wat verbeterd moet worden en welke ondersteuning nodig is voor de latere sectorbrede uitrol vanaf 2028.
Wie zijn de piloterende voorzieningen?
De piloterende voorzieningen zijn CAR Ascendere, CAR Brussel, CAR Buggenhout, CAR De Hert, CAR Kohesi, CAR Spermalie, CGG Kohesi, CGG Passant en CGG VBO.
Wat wordt er specifiek onderzocht tijdens de pilootfase?
De pilootfase is opgebouwd rond drie onderzoeksvragen.
Werkt het nieuwe financieringsmodel zoals bedoeld? Deze doelstelling focust op het uittesten van de bouwblokken van het financieringsmodel. Daarbij wordt onderzocht:
- of de verhouding tussen organisatiegebonden en zorggebonden kosten realistisch is,
- of de minimumprestaties haalbaar zijn,
- of het model voldoende stabiliteit biedt voor het inhoudelijk en zakelijk beleid van voorzieningen.
Ook de nieuwe manier van registreren en factureren wordt in deze fase getest, om na te gaan of ze praktisch uitvoerbaar is. Voor meer informatie over het financieringsmodel, zie het nieuwe financieringsmodel.
Biedt het nieuwe overheidskader voldoende basis voor kwaliteitsvolle zorg én verandering? Deze doelstelling brengt in kaart of het nieuwe kader effectief kan leiden tot:
- kwaliteitsvolle uitvoering van gespecialiseerde diagnostiek (functie D), behandeling (functie E) en samenwerking & expertise-uitwisseling (functie G),
- een transparantere aanmelding- en intakefase,
- betere samenwerking binnen regionale GGZ-netwerken,
- meer multidisciplinair werken en aangepaste teamsamenstellingen,
- een verschuiving in doelgroepbereik en zorgaanbod.
Hoewel grote structurele veranderingen tijd nodig hebben, worden in de pilootfase al eerste effecten, knelpunten en kansen in kaart gebracht.
- Welke ondersteuning hebben voorzieningen nodig naar aanleiding van de brede uitrol van het nieuwe overheidskader in 2028? De derde doelstelling gaat over wat voorzieningen nodig hebben om het nieuwe kader later volledig te implementeren. Daarbij wordt o.a. onderzocht:
- hoe teams het best begeleid worden tijdens verandering,
- welke processen en indicatoren bruikbaar zijn,
- welke competenties nodig zijn,
- welke drempels voorzieningen ervaren,
- wat “do’s & don’ts” zijn bij de transitie naar het nieuwe kader.
Deze inzichten vormen de basis voor een realistische, gedragen en haalbare sectorbrede uitrol vanaf 1 januari 2028.
Het lerend netwerk en coaching op maat: het hart van de pilootfase
Het lerend netwerk vormt een gemeenschappelijke leeromgeving waar alle piloterende voorzieningen samen ontdekken, uitwisselen, experimenteren en groeien. Het doel is dat - door ervaringen te delen, nieuwe inzichten te ontwikkelen en elkaar te inspireren - elke voorziening tijdens de pilootfase groeit in het toepassen van het nieuwe overheidskader en komt tot duurzame verandering.
Het lerend netwerk loopt van april 2026 tot oktober 2027 en omvat acht sessies. Deze acht sessies bestaan uit een startmoment om elkaar te leren kennen en afspraken te maken, zes inhoudelijke bijeenkomsten rond centrale thema’s, en een slotmoment waarop alle lessen worden samengebracht.
Het lerend netwerk levert niet alleen leerresultaten op voor de betrokken voorzieningen, maar levert ook waardevolle kwalitatieve data op die relevant zijn in kader van de brede uitrol in 2028. Ervaringen, knelpunten, inzichten en evoluties worden systematisch in kaart gebracht. Dit helpt om beter te begrijpen hoe verandering werkelijk gebeurt en wat voorzieningen (tijdens de pilootfase én de brede uitrol) nodig hebben om te komen tot structurele veranderingen.
Naast deelname aan het lerend netwerk krijgt iedere piloterende voorziening een coach die
- helpt om het nieuwe overheidskader en de inzichten uit het lerend netwerk toe te passen in de dagelijkse praktijk van de voorziening,
- fungeert als sparringspartner om de interne communicatie, betrokkenheid en engagement te versterken,
- helpt bij het analyseren, structureren en oplossen van uitdagingen en obstakels, zodat ze geen rem vormen op de vooruitgang van de voorziening.