Kan een gemeente voorrang geven aan organisatoren die reeds actief en gekend zijn in de gemeente?
Kan een gemeente voorrang geven aan organisatoren die reeds actief en gekend zijn in de gemeente?
De gemeente is gebonden door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waar het gelijkheidsbeginsel onderdeel van uitmaakt. Het gelijkheidsbeginsel is ook opgenomen in artikel 10 van de Grondwet.
In een aangelegenheid waar de overheid over een discretionaire bevoegdheid beschikt is deze bevoegdheid steeds begrensd door o.a. het gelijkheidsbeginsel en moet voor een eventueel verschil in behandeling een toereikende verantwoording voorhanden zijn en op een objectief criterium berust (A. Coolsaet, S. De Somer, Beginselen van behoorlijk bestuur, 2025, blz. 325 en 341.) Een schending van het gelijkheidsbeginsel veronderstelt dat de verzoekers anders worden behandeld dan andere, in dezelfde of soortgelijke omstandigheden verkerende personen. (A. Coolsaet, S. De Somer, Beginselen van behoorlijk bestuur, 2025, blz. 338)
Bijgevolg zijn de gemeenten in strijd met het gelijkheidsbeginsel als ze de eigen of bepaalde kinderopvangvoorzieningen willen voortrekken zonder dat ze hiervoor een redelijke verantwoording voorhanden hebben.
Een schending van het gelijkheidsbeginsel kan voor het VIPA een grondslag vormen om de subsidie van de gemeente terug te vorderen.