Gebouw

Het lukt niet altijd om de binnentemperatuur onder controle te houden. Sommige gebouwen kampen met oververhitting tijdens warme dagen. 

Te hoge binnentemperaturen hebben een negatieve invloed op het functioneren en welbevinden van bewoners en gebruikers. Hoe iemand de omgevingstemperatuur ervaart, is zeer persoonsgebonden. De ideale binnentemperatuur ligt tussen de 18 en 22 graden Celsius. Maar als het buiten erg warm is, voelen ook iets hogere binnentemperaturen nog aangenaam aan.

Het binnenmilieubesluit (Besluit van de Vlaamse Regering houdende maatregelen tot bestrijding van de gezondheidsrisico's door verontreiniging van het binnenmilieu van 11 juni 2004, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018) geeft richtwaarden voor temperatuur. Tijdens de warme jaarhelft (mei tot en met september) ligt deze richtwaarde tussen 22°C en 26°C. 

Voor werknemers gelden de actiewaarden voor blootstelling aan thermische omgevingsfactoren uit de Codex over het welzijn op het werk.

De oorzaak van oververhitting is doorgaans een combinatie van te veel zoninstraling en te weinig ventilatiemogelijkheden. Er bestaan nog veel grote (zuidelijk gerichte) raampartijen zonder efficiënte zonwering en ramen die je niet of slechts beperkt kunt openen. Zonwerend glas wordt vaak gebruikt met de bedoeling om oververhitting te voorkomen. Toch laat zonwerend glas 2 tot 3 keer meer warmte door dan een goede buitenzonwering. 
 

(ver)bouw duurzaam en klimaatbestendig

De meest duurzame (en op termijn goedkoopste) manier om oververhitting in een gebouw te voorkomen en de warmte buiten te houden is duurzaam en klimaatbestendig bouwen of verbouwen. Bespreek deze aandachtspunten met je architect of aannemer als je een nieuwbouw zet of verbouwingswerken uitvoert:

  • Houd bij het ontwerp rekening met de oriëntatie van het gebouw.
  • Creëer structurele zonnewering die eigen is aan het gebouw (verbonden met het architectuurconcept), zoals dakoversteken, doorstekende muren of terugliggende ramen. 
  • Zorg ervoor dat de ramen in de lokalen geopend kunnen worden, rekening houdend met de veiligheid van de kinderen.
  • Breng buitenzonwering aan. Zonwering aan de binnenzijde is bedoeld om lichthinder tegen te gaan, niet om de opwarming van een lokaal te voorkomen. Hou er rekening mee dat zonwerend glas nog steeds twee tot drie keer meer warmte doorlaat dan een goede buitenzonwering.
  • Laat de buitenzonwering de luchtstroom door ramen en ventilatieroosters niet belemmeren.
  • Verhoog de ventilatiecapaciteit.
  • Overweeg het gebruik van een passieve koelinstallatie bij nieuwbouw, uitbreidings- of verbouwingswerken (bv. topkoeling, free-koeling,...).
  • Zorg bij het isoleren en het dichten van kieren voor voldoende ventilatiemogelijkheden.
     

Voorzie buitenzonwering

Buitenzonwering en overstekken (een overstek is het stukje dak dat buiten de gevel uitsteekt of stukje verdieping dat uitsteekt ten opzichte van de lagere verdieping) blijken zeer effectief te zijn om de zoninstraling via ramen te beperken. Een overstek is vooral effectief voor ramen op het zuiden, omdat de zon midden op de dag hoog staat. Ramen op het oosten en westen hebben minder baat bij een overstek omdat de zon aan het begin en einde van de dag onder het overstek toch naar binnen kan schijnen. Vooral bij geïsoleerde gebouwen is een zonwering essentieel om oververhitting te voorkomen. Net deze gebouwen hebben het lastiger om de hitte kwijt te raken door de goede thermische isolatie.

Natuurlijke beschaduwingselementen

Ook met natuurlijke beschaduwingselementen kun je oververhitting van gebouwen voorkomen. Met loofbomen of struiken bijvoorbeeld. In de zomer dragen ze hun bladeren en vormen ze een natuurlijk zonwerend scherm. In de winter zijn ze kaal en laten ze de zon in het gebouw binnenvallen.

Ventileer en verlucht

Ventileer en verlucht zolang het buiten frisser is dan binnen en bij voorkeur aan de gebouwzijde die niet in de zon ligt. Hierdoor breng je extra koelere buitenlucht binnen en voer je warme lucht af uit het lokaal. Door te ventileren of verluchten voer je niet alleen warmte af, maar verhoog je ook de stromingssnelheid van de lucht. Een flinke luchtstroom heeft een verkoelend effect en draagt op warme dagen bij aan een prettiger binnenklimaat.  

Beperk het gebruik van hitteproducerende toestellen

Uit de literatuur blijkt dat interne warmtelast van elektrische apparaten, verlichting en aantal aanwezigen een verwaarloosbaar effect hebben op de temperatuur in de woning. Het gebruik van een hitteproducerende oven kan wel zorgen voor extra warmte in de woning en wordt daarom afgeraden.

Airco

Een airconditioner geeft een zeer effectieve verkoeling, maar is niet energiezuinig. Bovendien wekt airco in steden extra warmte op in de buitenruimte. 

Airco kan verantwoordelijk zijn voor infecties van de luchtwegen. Een slecht onderhouden systeem kan ervoor zorgen dat ziektekiemen worden verspreid. Bovendien zijn kinderen en ouderen gevoelig voor temperatuur- en klimaatschommelingen: het verschil tussen temperatuur en vochtigheid binnen en buiten. De gerecycleerde lucht bevat vaak een concentratie van allergenen met een toename van allergieën tot gevolg.

Om het verspreiden van ziektekiemen te vermijden, kan je volgende maatregelen nemen:

  • Zorg dat de temperatuur in de ruimte niet te laag wordt, zodat het verschil met de buitentemperatuur niet te groot is.
  • Sluit de ramen en ventilatieroosters niet af, zodat er voldoende verluchting en ventilatie is.
  • Zorg voor voldoende reiniging en onderhoud van de installatie en de filter, volgens de aanbeveling van de producent.
  • Gebruik geen airco met luchtbevochtiging. Er is een kans op legionellagroei en -verspreiding als de bevochtiging niet met stoom gebeurt.