Indexcijfers en dagforfaits forfaitaire betoelaging
Forfait personen met een handicap
| Jaar | Afgevlakte gezondheidsindex |
|---|---|
| 2016 | 100,66 |
| 2017 | 101,81 |
| 2018 | 103,72 |
| 2019 | 106,01 |
| 2020 | 106,76 |
| 2021 | 107,72 |
| 2022 | 111,97 |
| 2023 | 124,50 |
| 2024 | 125,91 |
| 2025 | 130,42 |
| 2026 | 133,33 |
Volgens de bijlage bij het besluit bestaat het forfait uit 2 delen:
- basisbedrag dat elk jaar wordt geïndexeerd
- intrestgedeelte dat eenmalig wordt geïndexeerd in het jaar van ingebruikname
| in € | wonen | collectieve zorg | dagbesteding | OD (***) |
| ZG1(**) | 15,52 | 12,34 | ||
| ZG2 | 10,30 | 10,19 | ||
| ZG3 | 8,29 | 9,48 | 9,48 | |
| ZG4 | 15,22 | |||
| ZG5 | 10,14 |
(*): voor berekeningswijze zie BVR van 22/6/2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap; verstrekt door het VIPA - bijlage 3. De tabel geeft de deelforfaits bij ingebruikname in 2026 die dan nog dienen vermenigvuldigd te worden met het aantal dagen en gebruikers. De basisbedragen uit bijlage 3 van het BVR worden voor het basisdeel elk jaar geïndexeerd en voor het intrestdeel eenmalig in het jaar van ingebruikname.
Als basisindex geldt de afgevlakte gezondheidsindex van december voorafgaand aan het betaaljaar. De afgevlakte gezondheidsindex voor forfaits in 2026 bedraagt 133,33. De basisindex bedraagt 103,72. Gezien de intrestcomponent 30% bedraagt van het basisdeel, zal bij ingebruikname in 2026 voor bv. wonen in zorggroep 1 een deelforfait gelden van: 9,29 x (133,33/103,72) x (1+30%) = 15,52 euro.
(**): voor indeling zorggroepen: zie BVR - bijlage 2
(***): algemene ondersteunende diensten zoals medische en technische dienst, wasserij en de keuken (HACCP genormeerd): BVR - artikel 23-§3-3°
Forfait ziekenhuizen
| Jaar | Afgevlakte gezondheidsindex |
| 2017 | 101,81 |
| 2018 | 103,72 |
| 2019 | 106,01 |
| 2020 | 106,76 |
| 2021 | 107,72 |
| 2022 | 111,97 |
| 2023 | 124,50 |
| 2024 | 125,91 |
| 2025 | 130,42 |
| 2026 | 133,33 |
Het strategisch forfait wordt geïndexeerd bij de ingebruikname van de gesubsidieerde infrastructuur als volgt:
50% van het bedrag wordt geïndexeerd op basis van de afgevlakte gezondheidsindex (AGI) op 1 januari van het jaar van bevel van aanvang t.a.v. de AGI op 1 januari 2017;
50% van het bedrag wordt geïndexeerd op basis van de AGI op 1 januari van het jaar van ingebruikname t.a.v. de AGI op 1 januari 2017.
Tevens wordt het strategisch forfait vanaf de toekenning jaarlijks op 1 januari voor 16% van het subsidiebedrag ook volgens de afgevlakte gezondheidsindex geïndexeerd (d.w.z. vanaf het jaar na de eerste betaling).
Ouderenforfait
| Jaar | Ouderenforfait/dag | Afgevlakte gezondheidsindex |
|---|---|---|
| 2018 | 5,00 | 103,72 |
| 2019 | 5,11 | 106,01 |
| 2020 | 5,15 | 106,76 |
| 2021 | 5,19 | 107,72 |
| 2022 | 5,4 | 111,97 |
| 2023 | 6 | 124,50 |
| 2024 | 6,07 | 125,91 |
| 2025 | 6,29 | 130,42 |
| 2026 | 6,43 | 133,33 |
De regelgeving over de infrastructuursubsidie bepaalt dat het forfait jaarlijks wordt geïndexeerd op basis van de afgevlakte gezondheidsindex van december voorafgaand aan het subsidiejaar ten opzichte van de afgevlakte gezondheidsindex van december 2017. Meer info hierover vindt u op de website m.b.t. het infrastructuurforfait voor woonzorgcentra.
- kolom 2: geïndexeerd forfait per verblijfsdag
- kolom 3: afgevlakte gezondheidsindex geldig voor het betrokken jaar zoals gemeten in december van het voorafgaand jaar
- Sector(en)
- Eerste lijnGeestelijke GezondheidszorgGehandicaptenzorgJeugdhulpKinderopvangResidentiële ouderenzorgRevalidatieThuiszorgWelzijnsvoorzieningenWoonzorgZiekenhuizen