30 juni 2026
Nieuwsbericht
Beleid

De warme kracht van de bottom-upaanpak in Wichelen

De Oost-Vlaamse gemeente Wichelen bouwt zorgzame buurten vanuit een duidelijke keuze: vertrekken van wat inwoners belangrijk vinden. Ze brengen zelf ideeën aan, werken ze uit en dragen ze naar buiten. Dat zorgt voor betrokkenheid, enthousiasme en een opvallend sneeuwbaleffect.

Samen eten in de zorgzame buurt van Wichelen

De Oost-Vlaamse gemeente Wichelen bouwt zorgzame buurten vanuit een duidelijke keuze: vertrekken van wat inwoners belangrijk vinden. Ze brengen zelf ideeën aan, werken ze uit en dragen ze naar buiten. Dat zorgt voor betrokkenheid, enthousiasme en een opvallend sneeuwbaleffect. Wat klein begint, groeit vaak uit tot een initiatief dat door de hele buurt gedragen wordt. 

Het is vrijdagnamiddag in woonzorgcentrum Molenkouter. Aan zeven tafels wordt geconcentreerd gekaart: wiezen, kleurenwiezen, belotten of een spelletje UNO. Veel woorden worden er niet gewisseld. De aandacht gaat naar de kaarten, het noteren van de punten en af en toe een kwinkslag naar de tegenpartij. Sonja, vrijwilliger bij Okra en organisator van de wekelijkse kaartnamiddag, kijkt tevreden rond. “Toen we twee jaar geleden begonnen, hadden we twee tafels. Nu zijn het er gemiddeld zeven en soms zelfs negen.”

Van nul beginnen

De kaartnamiddag is meer dan een populaire vrijetijdsactiviteit. Ze staat symbool voor de manier waarop er in Wichelen gewerkt wordt: niet de beleidsmakers bepalen wat nodig is, wel de bewoners. “Ik zocht als vrijwilliger een locatie voor enkele kaarters”, vertelt Sonja. “Tegelijkertijd was Ilse Van Kerckhove, trekker van Zorgzame Buurten en het lokaal dienstencentrum, op zoek naar een activiteit die senioren weer met elkaar in contact bracht.” In het woonzorgcentrum, waar ook het LDC gevestigd is, kwamen beide ideeën samen. Het resultaat: een vaste wekelijkse afspraak voor tientallen buurtbewoners en een treffend voorbeeld van hoe bewonersinitiatieven kunnen groeien met de juiste ondersteuning.

Kaarten in wzc Molenkouter
© Foto Jan Locus

De kaartnamiddag is meer dan een populaire vrijetijdsactiviteit. Ze staat symbool voor de manier waarop er in Wichelen gewerkt wordt: niet de beleidsmakers bepalen wat nodig is, wel de bewoners. “Ik zocht als vrijwilliger een locatie voor enkele kaarters”, vertelt Sonja. “Tegelijkertijd was Ilse Van Kerckhove, trekker van Zorgzame Buurten en het lokaal dienstencentrum, op zoek naar een activiteit die senioren weer met elkaar in contact bracht.”

In het woonzorgcentrum, waar ook het LDC gevestigd is, kwamen beide ideeën samen. Het resultaat: een vaste wekelijkse afspraak voor tientallen buurtbewoners en een treffend voorbeeld van hoe bewonersinitiatieven kunnen groeien met de juiste ondersteuning.

Toen Ilse in 2021 aan de slag ging met de uitbouw van een zorgzame buurt in Wichelen, lag er geen uitgewerkt plan klaar. “We hadden geen ervaring met buurtgericht werken. Dat maakte de job uitdagend, maar gaf me tegelijk de kans om vanaf nul te beginnen.” Een buurtanalyse was er wel al en die wees Oud Dorp aan als ideale startlocatie. “Met een woonzorgcentrum, assistentiewoningen en een sociaal woonblok wonen er relatief veel ouderen. Daarnaast maakten de cijfers ook duidelijk dat een derde van de bewoners alleenstaand was, een kwart chronisch ziek en 15 procent van de huishoudens bestond uit eenoudergezinnen. Dat eenzaamheid hier een probleem was, hoeft dan ook niet te verbazen. Een zelfmoordpoging van een buurtbewoner, maakte die realiteit pijnlijk concreet.”

Om de wijk te leren kennen, trok Ilse met een ketel soep naar een pleintje in de buurt. Zonder veel succes. “Daar stond ik dan, niemand kwam opdagen. Daarom wijzigde ze haar aanpak. Ze ging zelf aanbellen en bood bewoners een kop aan. Zo ontstonden de eerste gesprekken aan de voordeur. Bij de volgende soepactie kwamen de mensen wel naar buiten. Wat begon onder een eenvoudig tentje, groeide dankzij de inzet van de buurtbewoners al snel uit tot een gezellige ontmoetingsplek met vuurkorf, lichtjes en helpende handen. “Het was bijzonder om te zien hoe iets eenvoudigs als soep uitdelen omgetoverd werd tot een warm moment waar mensen naar uitkeken.”

Sturende hand

In de opstartfase kon Ilse rekenen op een coach van de Vlaamse Overheid: iemand die haar deed stilstaan, achterom liet kijken en tips gaf om bij te stellen. “Die sturende hand had ik toen echt nodig”, geeft Ilse toe. “Je bent zo druk bezig met alles uit te tekenen dat evalueren er soms bij inschiet. Zo viel op een zeker moment de vraag of ik wel alle doelgroepen bereikte. Dat was niet zo. De bewoners van het sociale woonblok kwamen niet naar de soepmomenten of andere activiteiten.”

Daarom ging Ilse bij de bewoners van het woonblok apart langs. Schaamte bleek vaak een drempel om buiten te komen. “Ik bekeek samen met hen welke steun nodig was en organiseerde een ontbijt zodat bewoners elkaar in alle rust konden ontmoeten. Dat werkte. Ze merkten dat niemand op hen neerkeek en dat ze elkaar zelfs konden versterken. Pas daarna begonnen ook zij deel te nemen aan activiteiten met de hele wijk.”

Ideeën uit de buurt

Naarmate Ilse de buurt beter leerde kennen, richtte ze een stuurgroep op met bewoners die zich wilden engageren. “Het enthousiasme was groot. Omdat mobiliteit voor velen een struikelblok is, waren mensen blij dat ze iets konden betekenen dicht bij huis. Zo kon een vrouw met een chronisch zieke partner opnieuw onder de mensen komen zonder haar man lang alleen te laten.”

Van bij het begin koos Ilse voor een bottom-upaanpak. Niet zij, maar de bewoners brachten ideeën aan. Samen met de stuurgroep werkte ze in dat eerste jaar vier projecten uit: een zomerbarbecue, winterse soepmomenten, een gemeenschappelijke moestuin en een eenmalige feestelijke stoet om vier honderdjarigen in de bloemetjes te zetten. De initiatieven sloegen meteen aan. Naar de eerste barbecue kwamen maar liefst driehonderd buurtbewoners. “Als mensen zelf hun schouders onder activiteiten zetten, zijn zij ook de beste ambassadeurs.”

Samen eten
© Foto Jan Locus

Ook de stoet groeide uit tot een onverwacht succes. Ilse hoefde er zelfs nauwelijks aan te trekken: het ene idee riep het andere op. “De heemkundige kring stelde een paardenkar met een dorpsmaquette ter beschikking, de KSA zou met vendels vooroplopen. Vervolgens kwam een lokale vereniging met het voorstel om in historische kledij koekjes uit te delen. Iemand bood een oldtimer aan om de honderdjarigen in rond te rijden. En voor de bewoners van het woonzorgcentrum werd een huifkar geregeld. Met de dag werd het evenement groter. Uiteindelijk kwam zelfs de regionale televisie langs.” Het sneeuwbaleffect dat Ilse eerder al bij de soepmomenten had gezien, verraste haar opnieuw. 

Verduurzamen

Na twee jaar rees de vraag hoe de initiatieven duurzaam verankerd konden worden. Tegelijk merkte Ilse dat er in andere buurten wat ongenoegen ontstond, omdat alle activiteiten in Oud Dorp plaatsvonden. Als oplossing onderzocht de gemeente de mogelijkheid om een mobiel dienstencentrum op te starten met drie antennepunten: één in Oud Dorp en één in elk van de twee deelgemeenten. De aanvraag werd goedgekeurd en Ilse werd halftijds centrumleider. 

“Het eerste jaar ging veel van mijn energie naar administratie en naar uitleggen wat een lokaal dienstencentrum precies doet”, vertelt Ilse. “Er was aanvankelijk wel wat wantrouwen. Organisaties vreesden dat het dienstencentrum een concurrent zou worden en leden zou afsnoepen. Het heeft tijd gekost om dat beeld bij te sturen. Door in gesprek te gaan en consequent in te zetten op samenwerking, groeide het vertrouwen.” Vandaag plukken beide partijen daar de vruchten van. Wie met het lokaal dienstencentrum samenwerkt, krijgt ondersteuning. “Zo neem ik bijvoorbeeld de promotie van activiteiten op mij. Via nieuwe communicatiekanalen bereiken we meer mensen en ontstaat er een nieuwe dynamiek.” 

Uit die samenwerkingen groeiden tal van initiatieven zoals de kaartnamiddag, maar ook een maandelijkse bingo en Spaanse les. Allemaal ideeën van inwoners. Dat bewoners zelf aan het roer staan, betekent niet dat Ilse overbodig geworden is. “Ik heb geprobeerd meer los te laten, maar merkte snel dat dat niet werkt", lacht ze. “Mensen vinden het fijn dat er iemand is die het overzicht bewaart en als klankbord kan dienen. Eigenlijk is vooral de combinatie van eigenaarschap en ondersteuning de belangrijkste succesfactor.” 

Kleine dingen, grote impact

De ontmoetingsmomenten zorgen niet alleen voor meer verbondenheid, maar maken het ook makkelijker om signalen uit de buurt op te vangen. Zo ving Ilse op dat veel inwoners zich onveilig voelen. Daarom organiseerde het lokaal dienstencentrum samen met de politie een infosessie over diefstal en cybercriminaliteit. En in elk antennepunt kwam de wijkagent langs voor een buurtbabbel zodat die voortaan geen onbekende meer zou zijn.

De missie van de gemeente is helder: “Als mensen elkaar kennen, voelen ze zich minder alleen en weten ze elkaar gemakkelijker te vinden wanneer het moeilijk gaat”, legt Ilse uit. Wichelen wil een warme gemeente zijn waar iedereen zich thuis voelt en goed omkaderd wordt. Zelfs de naam van het lokaal dienstencentrum weerspiegelt die filosofie. Het Warme Huis werd door de inwoners zelf gekozen. Bottom-up, tot in de naam.