Meerjarenplan Oudsbergen zet in op duurzame buurten en sterke gemeenschappen
In Nieuwe Kempen en Dennenweelde, twee aan elkaar grenzende wijken in Oudsbergen, is het stil geworden. De kerk staat leeg, de plaatselijke voetbalclub is verdwenen en bewoners hebben nog weinig contact met elkaar. Dat was ooit anders. Erwin Vanherle en Ariana Barku zien veel potentieel in de wijken en willen de buurt weer tot leven brengen. Niet met losse projecten, maar met een duurzame aanpak vanuit de gemeente.
In de videoreeks “Wijkverhalen uit Nieuwe Kempen” halen wijkbewoners herinneringen op aan vroeger. Niels denkt terug aan de kermis en wijkfeesten in de jaren 90. Hij ziet de danstent voor zich en herinnert zich nog het plezier dat hij maakte met zijn klasgenoten. Of die nu nog in de wijk wonen, weet hij niet. Ook Dirk en Luc kijken met weemoed terug op hun kindertijd: hoe ze op straat tennisten en met vriendjes het bos in trokken. Iedereen kende elkaar en het sociale leven speelde zich buiten af.
Communitygevoel
Erwin, deskundige gezondheid en preventie van de dienst Welzijn, liet de interviews opnemen. “De video’s tonen dat de wijkbewoners de kleine ontmoetingen en de dynamiek van de wijk missen, maar ook dat ze de tijd rijp vinden om dat communitygevoel weer aan te wakkeren. Nieuwe Kempen en Dennenweelde zijn twee aparte wijken met elk hun eigenheid, maar ze hebben ook raakvlakken. Tot 2019 maakten ze deel uit van het Limburgse Opglabbeek. Beide wijken vonden weinig aansluiting met de rest van de gemeente. Na de fusie met Meeuwen-Gruitrode tot Oudsbergen werd dat gevoel van afstand nog groter.”
“Dat kleine kernen stilvallen, is een evolutie die je overal ziet”, legt Erwin uit. “Vroeger zorgden onder meer de kerk en het lokale verenigingsleven voor ritme, activiteit en samenhang. Maar de maatschappij is veranderd. Het vertrouwde leven rond de kerktoren is afgebrokkeld: mensen hebben het druk, de vergrijzing rukt op, kleine handelszaken verdwijnen. Daardoor hebben mensen steeds minder contact met elkaar en zijn ze meer op zichzelf aangewezen. Dat was voor ons de reden om in te tekenen op Zorgzame Buurten. Verbinding en zorg ontstaan niet vanzelf, daar is een duwtje in de rug voor nodig.”
Kiem
Erwin, maar ook Ariana die buurtopbouwwerker is bij Saamo, zagen potentieel in de twee wijken. “We voelden dat de bewoners zin hadden om initiatief te nemen, maar er was geen ontmoetingsruimte, geen wijkcomité”, vertelt ze. “Wij zijn dan vanuit Saamo Limburg met dertien geëngageerde wijkbewoners gaan samenzitten. Hun enthousiasme was groot: al snel organiseerden zij de eerste verbindende activiteiten die meteen op veel bijval uit de buurt konden rekenen. Een mooi voorbeeld is de 70 meter lange ontbijttafel om de nakende 70ste verjaardag van de wijken te vieren. Er schoven maar liefst 300 mensen aan.”
Dat succes smaakte duidelijk naar meer en vormde de voedingsbodem voor nieuwe initiatieven. “Zo groeide ook het idee van het buurtcafé in De Krinkel, een lokaal dat gebruikt werd voor de naschoolse kinderopvang”, gaat Ariana verder. “Met dat café wilde het comité wijkbewoners gezellig samenbrengen voor een babbel en een drankje. Eerst werd het café sporadisch georganiseerd, maar door de groeiende populariteit kreeg het een vaste plaats in de agenda. Vandaag is het maandelijks hét moment waarop buurtbewoners elkaar ontmoeten, nieuwe ideeën ontstaan en bekommernissen gedeeld worden.”
Tegelijk met het wijkcomité gingen ook Erwin en zijn collega’s aan de slag. Vanuit de gemeente zorgden zij voor een aanbod op maat van de senioren in de twee wijken. “We organiseerden maandelijks een dorpsrestaurant en zetten daarnaast wekelijkse informele contactmomenten op. Na verloop van tijd schakelden we tijdens die contactmomenten ook een sociaal werker in die vragen van senioren beantwoordde en hen, indien nodig, doorverwees.”
Brandstof
Uit die vele contacten groeide het idee om herinneringen uit de wijk vast te leggen op video. Die wilde Erwin gebruiken als extra brandstof. “We toonden de video’s onder meer tijdens de buurtcafés waar ze meteen de tongen losmaakten. Opzet geslaagd: het idee van een zorgzame buurt begon nu écht te leven. Bewoners vroegen steeds vaker om infosessies rond bijvoorbeeld mobiliteit in de wijk, ouder worden, buitenschoolse kinderopvang of de toekomst van het kerkgebouw.”
Ook vanuit het beleid en externe organisaties nam de interesse toe om mee te bouwen aan zorgzame buurten. De jeugddienst werd ingeschakeld om het sluimerende onbegrip tussen ouderen en jongeren aan te pakken en werkte daarvoor samen met jongerenwelzijnsorganisatie Gigos. “De wekelijkse ontmoetingen voor jongeren die zij opstartte, waren meteen een schot in de roos. Ze zorgden ervoor dat ouderen en jongeren elkaars standpunt beter leerden begrijpen.”
Falen mag
“Je kunt Nieuwe Kempen en Dennenweelde gerust zien als een labo waar we volop geëxperimenteerd hebben en waar mislukken mocht”, vertelt Erwin. “Dat leverde waardevolle inzichten op in hoe een veerkrachtige kern werkt en welke rol je daarin als gemeente best opneemt. Met die ervaring willen we nu ook andere wijken in Oudsbergen meenemen. We gaan daarbij niet zomaar kopiëren: elke buurt is immers anders. We vertrekken vanuit dezelfde principes, maar geven ieder wijk de ruimte om op haar eigen manier dat lokale sociale kapitaal vorm te geven.”
Zorgzame buurten verder uitrollen, maar ook duurzaam verankeren. Dat is wat Oudsbergen wil. Aangename dorpskernen, zorg dicht bij huis, kansen voor kinderen en jongeren, sterke verenigingen, vlotte mobiliteit zijn enkele punten waarop de gemeente de komende zes jaar wil inzetten. Om ervoor te zorgen dat het geen loze beloftes worden, werden de ambities in het meerjarenplan opgenomen en werd er extra budget voorzien.
Borrelen
Met Zorgzame Buurten wil Oudsbergen de komende zes jaar focussen op drie duidelijke pijlers. In eerste instantie wil de gemeente het sociale weefsel versterken, met ontmoeting als sleutel. “Enkel als mensen samenkomen, gebeurt er iets. En die ontmoetingen moeten ook een zekere regelmaat hebben.” Erwin vergelijkt het graag met het hart: alleen wanneer dat ritmisch klopt, blijft een mens in leven. “Daarnaast heb je plekken nodig waar mensen elkaar kunnen zien en ideeën kunnen borrelen. Want boven alles blijft het essentieel dat bewoners zelf actief betrokken zijn bij initiatieven om buurten opnieuw te laten floreren.”
“In verschillende buurten in Oudsbergen zijn al heel wat initiatieven opgestart. Door die als gemeente te erkennen en te ondersteunen, krijgen ze extra groeikansen.” Volgens Erwin en zijn collega’s is het daarbij belangrijk om niet vast te houden aan een lineair stappenplan. Verandering laat zich niet afdwingen aan een vergadertafel. “We spelen in op wat werkt. Wat kansen biedt, versterken we en wat niet functioneert, laten we los. Soms zetten we stappen vooruit, soms moeten we even terugschakelen.”
Samen acties dragen
Daarnaast is samenwerken essentieel. Niet alleen tussen bewoners, maar ook binnen de gemeente. “Zorgzame Buurten is ingebed binnen de dienst Welzijn”, legt Erwin uit. “Maar we slaan bewust bruggen naar andere domeinen zoals zorg, jeugd, sport, ruimtelijke ordening. Vanuit hun eigen expertise realiseren die diensten al veel, maar we zien nog kansen om initiatieven sterker te verbinden en beter op elkaar af te stemmen. We stappen af van het idee dat elk probleem een aparte stuurgroep en aparte middelen moet krijgen. Alleen gaat misschien sneller, maar samen kom je verder. We zoeken nog naar het juiste evenwicht, maar dat komt wel. Vertrouwen is daarbij cruciaal en groeit naarmate samenwerking ook echt resultaat oplevert.”
Ten slotte wil de gemeente Oudsbergen ook externe partners nauwer betrekken. “In het verleden ontstonden er vaak goedbedoelde projecten op papier, maar die bereikten in de praktijk weinig mensen. Sensibiliseringsacties, zoals die rond het voorkomen van type 2-diabetes bijvoorbeeld, bleven te vaak hangen in communicatiecampagnes met weinig impact. Wanneer een huisarts een patiënt daarentegen aanraadt om deel te nemen aan een sessie rond stoppen met roken, gezonder eten of meer bewegen, heeft dat doorgaans meer effect.”
Daarom willen Erwin en zijn collega’s beter afstemmen met de eerstelijnszorg. Huisartsen, maar ook kinesisten, thuisverpleegkundigen, apothekers staan dicht bij de mensen. Als zorgverleners of verenigingen elkaar weten te vinden en samen acties dragen, vergroot dat zowel het bereik als de betrokkenheid. Zo versterken we niet alleen de impact, maar ook de duurzaamheid van initiatieven.”