Sint-Pieters-Leeuw heeft een jarenlange traditie van buurtgericht werken
In Sint-Pieters-Leeuw geloven ze sterk in de kracht van ontmoeting. Want waar inwoners elkaar kennen, worden gemeenten leefbaarder. Maar sociale cohesie ontstaat niet vanzelf: ze vraagt om ontmoetingsplekken en -momenten. Met de steun van het lokale bestuur bouwt de gemeente in de Brusselse rand al jaren aan zorgzame buurten. Toch blijft buurtverbindend werken ook met veel ervaring een uitdaging.
Het is bijna middag in lokaal dienstencentrum De Wilg. Vrijwilligers zetten borden klaar. Straks schuiven buurtbewoners aan voor een warme maaltijd en een babbel. Ontmoeting staat hier centraal. En hoewel dit centrum nog maar twee jaar oud is, kent deze gemeente in de Brusselse rand al een lange traditie op gebied van buurtgericht werken. In deelgemeente Ruisbroek opende lokaal dienstencentrum ’t Paviljoentje 44 jaar geleden al zijn deuren. Het was meteen ook het eerste lokale dienstencentrum van Vlaams-Brabant. Begin de jaren 2000 volgden LDC Negenhof en LDC Meander aan de rand van Sint-Pieters-Leeuw.
Stevige basis
“Al sinds de jaren tachtig zetten wij ons hier met hart en ziel in voor de kwaliteit en toegankelijkheid van de lokale dienstencentra”, zegt Wenke Peetroons, teamverantwoordelijke van de vier LDC’s. “Toen we ons in 2021 kandidaat stelden om op vraag van de Vlaamse overheid een zorgzame buurt uit te bouwen, konden we voortbouwen op wat al bestond. Waar andere gemeenten van nul moesten starten, was hier al een breed aanbod: iedere werkdag warme maaltijden aan democratische prijzen, een mindermobielencentrale, mantelzorgondersteuning en wekelijks tal van ontmoetingsinitiatieven.”
De projectoproep gaf de werking in Sint-Pieters-Leeuw wel nieuwe impulsen. Aanvankelijk lag de focus op Negenmanneke, een kwetsbare en diverse wijk, maar de aanpak werd meteen doorgetrokken naar alle buurten. “Sociale verbinding versterken was al jaren onze prioriteit, met de lokale dienstencentra als uitvalsbasis. Maar we wilden daar nog meer op inzetten. Onze gemeente heeft recht op drie erkende LDC’s. Omdat er in het centrum nog geen ontmoetingsplaats was, richtte het lokale bestuur zonder erkenning De Wilg op.” Een prima zet, vindt Wenke. “Sociale cohesie ontstaat niet vanzelf. Mensen hebben ontmoetingsplaatsen en -momenten nodig. Dat het bestuur een vierde lokaal dienstencentrum zonder subsidies oprichtte, toont dat het het belang van onze werking inziet.”
Meer dan ontmoeting
Sinds 2021 kwam er naast sociale verbinding ook meer nadruk op ondersteuning. “En ook daarvoor konden we rekenen op de gemeente”, vertelt Wenke. “In de nieuwe legislatuur werd een schepen bevoegd voor senioren en lokale dienstencentra aangesteld. Die volgt onze werking van nabij op en draagt het belang ervan actief uit. Daarnaast werd de dienst Zorg en Welzijn overgeheveld naar de dienstencentra. Wij kregen er daardoor twee maatschappelijk werkers bij die in elk van de vier centra een halve dag per week permanentie houden. Inwoners kunnen bij hen terecht met formulieren en zorgvragen. Wie minder mobiel is en zich niet kan verplaatsen, kan rekenen op een huisbezoek. Daarnaast staan zij ook in voor de dienst Maaltijden aan Huis, de mindermobielencentrale en de ondersteuning van mantelzorgers.”
Nieuw ook sinds dit jaar zijn de huisbezoeken bij alle tachtigjarigen. “Een team van vrijwilligers gaat bij hen langs om te kijken of ze noden hebben en doorverwezen moeten worden. Hebben ze nog geen hulp nodig, dan stellen we hen alle welzijnsdiensten voor waarop ze een beroep kunnen doen. Om signalen nog sneller op te vangen, zet Sint-Pieters-Leeuw ook in op Wijkoverleg Zorg: vier keer per jaar komen huisartsen, thuisverpleegkundigen, maatschappelijk werkers, psychologen en medewerkers van de dienstencentra per buurt samen om te overleggen. “Elke discipline vangt signalen op. Door die te delen, worden onder andere dementie, verborgen alcoholmisbruik of eenzaamheid sneller opgemerkt en krijgen mensen de juiste hulp. Die preventieve aanpak is volgens Wenke een grote meerwaarde. “Wat wij nu doen, valt niet in cijfers uit te drukken, maar zie je elke dag: mensen blijven langer zelfstandig thuis wonen.”
Warme invulling
Een derde pijler sinds 2021 is werken aan naamsbekendheid. Want ondanks de lange bestaansgeschiedenis in Sint-Pieters-Leeuw van de lokale dienstencentra weet niet elke inwoner waarvoor je er terechtkunt. Daarom stelt het lokale bestuur de centra open voor plaatselijke verenigingen. “Dat is een meerwaarde voor iedereen,” bevestigt Wenke. “Verenigingen leren het dienstencentrum kennen en wij hen. Zo groeien samenwerkingen vanzelf. Ook wijkcomités vinden ondertussen hun weg naar hier. Waar een nieuwjaarsdrink vroeger op een schoolparking plaatsvond, gebeurt die nu in een LDC: comfortabeler, beter uitgerust en meteen een plek waar buurtbewoners elkaar blijven ontmoeten.”
Om nog meer mensen te bereiken, trekken de medewerkers van de dienstencentra er ook op uit. “Met onze babbelkar staan we op de markt om onze werking en activiteiten voor te stellen. En die zijn heel divers. Bezoekers kunnen deelnemen aan spelletjesnamiddagen, kookactiviteiten of creatieve workshops. Beweging krijgt extra aandacht, want die is essentieel om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen. Er zijn maandelijks wandelingen, fietstochten bij mooi weer, aquagym, aerobics, petanque en stoelgymnastiek voor minder mobiele inwoners.”
Ook de vele vormingen rond gezondheidsthema’s, digitalisering of maatschappelijke ondersteuning krijgen een warme invulling. “Zo bestaan onze Engelse lessen al jaren en blijven populair. Hier ervaren cursisten geen examendruk: oefeningen worden samen verbeterd, na de les drinken deelnemers koffie of eten samen in het dienstencentrum. Jaarlijks trekken ze enkele dagen naar Engeland. De focus ligt niet op presteren, maar op samen zijn en leren. Het schooljaar wordt feestelijk afgesloten met een diploma-uitreiking door de schepen”, legt Wenke uit.
Verdraagzamer
Ontmoetingen tussen inwoners zijn volgens Wenke cruciaal. “In veel gemeenten wordt ondersteuning georganiseerd via projecten en koppelsystemen. Maar hier ontstaat burenhulp omdat mensen elkaar kennen. Ze zitten samen aan tafel of in de Wificlub bijvoorbeeld. Iemand zucht omdat hij straks nog te voet door de regen naar de dokter moet. Zijn gesprekspartner biedt hem spontaan een lift aan. Zo groeit onder de inwoners een gevoel van veiligheid, verbondenheid en appreciatie. Wie iets kan betekenen voor een ander, voelt zich zelf ook gewaardeerd.”
“Lokale bestuurders komen geregeld langs en zien hoe tevreden de inwoners zijn. Dat vertrouwen verklaart waarom de werking al meer dan veertig jaar op steun van het lokale bestuur kan rekenen”, legt Wenke uit. “Omdat bestuurders vaak aanwezig zijn, zijn ze ook aanspreekbaar. Opmerkingen van inwoners worden ter harte genomen en bijvoorbeeld besproken met de seniorenraad. Daarin zetelen vertegenwoordigers van seniorenverenigingen en gepensioneerde OCMW-medewerkers. Mensen met ervaring, visie én voeling met het doelpubliek dus. Met de juiste mensen op de juiste plaats kun je veel realiseren.”
Uitdagingen
“Ook al zijn we jaren bezig en hebben we veel ervaring, een zorgzame buurt is nooit ‘af’. Er dienen zich voortdurend nieuwe uitdagingen aan”, geeft Wenke toe. Vandaag is dat onder meer de zoektocht naar vrijwilligers. “Wij hebben er momenteel 150. Ze helpen het restaurant draaiende te houden, activiteiten voor te bereiden of rijden als chauffeur voor de mindermobielencentrale. Ze zijn voor ons van levensbelang en we tonen onze dankbaarheid door hen geregeld eens een etentje of uitstap aan te bieden. Toch wordt nieuwe vrijwilligers vinden moeilijker. Mensen werken langer en met flexi-jobs valt meer te verdienen. Maar wie zich wel engageert, doet dat uit overtuiging.”
Tegelijk moet de werking zich blijven aanpassen aan veranderende noden en een evoluerende bevolking. “Je moet blijven kijken waar de behoeften van de buurt liggen en bereid zijn bij te sturen,” zegt Wenke. Zo zal de demografische evolutie, vooral in wijk Negenmanneke, de werking de komende jaren mee bepalen. “Binnen tien jaar bereiken we met onze huidige aanpak misschien niet langer het juiste publiek. We zullen nog sterker intergenerationeel en intercultureel moeten werken.” Volgens Wenke schuilt net daar de uitdaging voor een werking met een lange traditie: vermijden dat routines vastroesten en bewust blijven vernieuwen.