Twee wijken, één zorgzame buurt
Als dag en nacht, zo verschillend zijn de wijken Tarsenaal en ’t Poelske in Diest. Toch vormen ze één zorgzame buurt. Want achter de contrasten schuilt een gemeenschappelijk verhaal: in beide wijken wonen mensen die geconfronteerd worden met de uitdagingen van een steeds individualistischere samenleving. “De zoektocht naar verbinding, naar manieren om het samen beter te maken verschilt per wijk”, vertelt José Gonzalez van de dienst Diversiteit.
’t Poelske telt heel wat senioren die al decennialang in de wijk wonen. Tarsenaal daarentegen is een wijk in beweging: bewoners komen en gaan. Er leven veel jonge gezinnen, nieuwkomers en senioren. Toch zijn er ook duidelijke raakvlakken: eenzaamheid en uitdagende leefomstandigheden komen hier vaker voor dan in andere buurten. En de wijken grenzen ook letterlijk aan elkaar. In 2020 schreef José ze samen in als zorgzame buurt. “Voor mij is dat een buurt waarin mensen zich thuis voelen, waar buren elkaar kennen en spontaan helpen.”
Schot in de roos
In zowel ’t Poelske als Tarsenaal kennen veel bewoners elkaar amper. In ’t Poelske trokken ze tien jaar geleden al aan de alarmbel. Ilse Sioen, die nu verantwoordelijk is voor de wijkwerking, zag hoe het leven hier stilviel. “Veel bewoners zijn alleenstaand, wat vaak leidt tot eenzaamheid en financiële zorgen. In zo’n situatie is hulp vragen niet vanzelfsprekend.” Om die vicieuze cirkel te doorbreken, werd in 2016 het sociaal restaurant in het Beverbeekhuis opgericht. Sindsdien kunnen bewoners er elke weekdag terecht voor een warme lunch. Ook in de namiddag is het restaurant een ontmoetingsplek, waar mensen welkom zijn voor koffie en gebak.
Het restaurant bleek een schot in de roos, want eten verbindt. “In 2021 - rond de start van zorgzame buurten – zetten we een volgende stap en richtten we een wijkcomité op. Zeven bewoners met tijd, maar vooral met een groot hart voor de buurt sloten zich aan. Dankzij hen konden we nog meer inzetten op verbinding.” Zo organiseren Ilse en het comité maandelijks een themamaaltijd in het restaurant. “Op die dagen zetten we de tafels in lange rijen, zodat mensen automatisch naast of tegenover elkaar plaatsnemen. Dat nodigt uit tot gesprek,” legt Ilse uit. “Soms komt er een bandje spelen. Die themamaaltijden zijn altijd sfeervol en worden gesmaakt door de buurtbewoners.”
Maar het blijft niet bij samen eten. Met de steun van het buurtcomité organiseert Ilse het hele jaar door een waaier aan activiteiten: van quizavonden en knutselnamiddagen tot danslessen en kunstprojecten. Soms bundelen ze de krachten met partnerorganisaties om workshops of lezingen te geven. “Elke drie maanden organiseren we ook een buurtbar,” gaat Ilse verder. “Die wordt via onze partners Martine Van Camp en Ak’cent bemand door mensen met een mentale of psychische kwetsbaarheid. Die initiatieven brengen mensen opnieuw naar buiten en dichter bij elkaar.”
De wijk ontwaakt
De afgelopen jaren, en zeker sinds de start van zorgzame buurten, is de wijk weer ontwaakt. Er is beweging en meer sociale betrokkenheid. “Als iemand niet meer opduikt, valt dat op. En dat stelt gerust.” Ook het kleine helpen komt weer op gang en stemt Ilse tevreden. “Het gebeurt regelmatig dat iemand in het restaurant een maaltijd voor een zieke buur afhaalt of je hoort mensen onderling een lift naar de dokter regelen. Dankzij mond-tot-mondreclame komen er nog steeds nieuwe mensen naar het restaurant en de activiteiten in het Beverbeekhuis.”
Toch blijven er ook uitdagingen. “Het team van het Beverbeekhuis is erg divers, maar we zouden dat graag ook weerspiegeld zien in het publiek”, vertelt Ilse. Ze benadrukt dat bewoners van Tarsenaal net zo welkom zijn als die van ’t Poelske. “We zorgen altijd voor een warme ontvangst en een gezellig gesprek. We blijven volop inzetten op verbinding zodat iedereen zich hier echt thuisvoelt.”
Andere mensen, andere noden
“Wat we in ’t Poelske hebben opgebouwd, kunnen we niet zomaar kopiëren in Tarsenaal,” zegt José. “Natuurlijk zou ik ook daar graag een wijkcomité op poten zetten, maar de bewoners en de noden zijn er anders.” Toch is de samenwerking achter de schermen hecht. “Ilse en ik overleggen voortdurend. We denken samen na en wisselen ideeën uit. Maar wat werkt in de ene wijk, werkt niet noodzakelijk in de andere. Dat hebben we ondertussen wel geleerd.”
Een van de opvallendste kenmerken in Tarsenaal is de diversiteit. Die diversiteit is vaak een meerwaarde, maar vraagt ook inspanningen. “Als mensen elkaar niet kennen, ontbreekt soms het inzicht in elkaars gewoonten en gebruiken. Dan kunnen misverstanden en vooroordelen ontstaan. Toch merken we dat die afbrokkelen zodra mensen elkaar écht ontmoeten”, vertelt José. “Dan verschuift de focus van de verschillen naar wat mensen bindt. Dat is hoopgevend, want in zo’n sfeer durven mensen sneller steun vragen. En voor veel bewoners van Tarsenaal is die steun cruciaal. Ze proberen hier vaak zonder familie of sociaal netwerk een nieuw leven op te bouwen en dat is niet altijd gemakkelijk.”
Toen zorgzame buurten van start ging, wilden José en zijn team eerst weten waar de noden écht lagen. “We kunnen als stad wel bedenken wat belangrijk is, maar de bewoners zelf weten dat nog beter”, legt hij uit. Daarom trok de buurtcoördinator actief de wijk in om met mensen te praten. Maar er werden ook creatieve manieren gezocht om stemmen te laten horen. “Met het project 'Door de lens' vroegen we jongeren om de mooie en lelijke plekken in hun wijk te fotograferen. Die beelden stelden we later tentoon en ze maakten verhalen en frustraties los.”
Jonge moeders
Zo hoorde José dat veel mensen amper nog buitenkwamen omdat er geen plekken waren om elkaar te ontmoeten. Kinderen moesten ook op straat spelen. “Inmiddels is er een speeltuin aangelegd met banken waar buurtbewoners een praatje kunnen slaan. De fototentoonstelling heeft ook het bewustzijn rond netheid aangewakkerd. Vrijwilligers organiseren jaarlijks een opruimactie. Om de buurt proper te maken, maar ook om het goede voorbeeld te geven: je hoeft je omgeving niet vuil te laten worden, je kunt er zelf iets aan doen. De beelden maakten ook indruk op het beleid en de technische dienst zet nu extra in op netheid in de wijk.”
“Door de gesprekken met buurtbewoners stelden we ook een ander probleem vast”, gaat José verder. “Veel jonge moeders voelden zich eenzaam. Sommigen gaven aan dat de bakker de enige persoon is met wie ze op een dag spraken. De buurtcoördinator bracht al die vrouwen samen om een oplossing te zoeken. Ze kwamen zelf met het idee van een vrouwencirkel: een groep waarin wekelijks een andere vrouw haar talent inzet om een activiteit te organiseren. De ene geeft een workshop over geneeskrachtige kruiden, de andere organiseert een salsanamiddag. Steeds vaker spreken ze ook buiten de bijeenkomsten af. Wat begon als een klein initiatief is uitgegroeid tot een heus netwerk en dat heeft de levenskwaliteit van de deelnemende vrouwen zichtbaar verbeterd.”
Uit gesprekken met ouders bleek dat sommige kinderen in Tarsenaal extra ondersteuning kunnen gebruiken op school. Daarom startte José met een huiswerkproject waarbij gepensioneerde leerkrachten hun ervaring en tijd vrijwillig inzetten. “Ongeveer vijftien kinderen krijgen wekelijks begeleiding bij hun schoolwerk. In september gaat het project zijn derde jaar in.”
Naast geplande evenementen zetten José en zijn team ook bewust in op guerrilla-acties. Dat zijn kleine, onvoorbereide acties met een groot effect. IJsjes uitdelen aan de kinderen als het heel warm is of een petanquetoernooi houden op een mooie zomeravond. “Ze brengen mensen samen en geven hen het gevoel één gemeenschap te zijn. En dat is precies wat we willen bereiken: bewoners motiveren om de handen in elkaar te slaan en van hun wijk een mooiere plek te maken. Als ik één iemand kan overtuigen, ben ik al tevreden. Ik geloof sterk in het sneeuwbaleffect, maar dat heeft tijd nodig.”
De spin en haar web
Werken in Tarsenaal is volgens José vaak een oefening in volhouden, vallen en weer opstaan. “Wanneer we activiteiten organiseren, zien we dat mensen enthousiast opdagen. Maar daarna valt het weer stil. Het grote verloop in de wijk maakt het moeilijk om duurzame verbindingen op te bouwen. Anders dan in ’t Poelske, waar het wijkcomité een deel van de regie opneemt, blijft de trekkende rol hier bij ons liggen. Tijdens zorgzame buurten hadden we een fulltime buurtcoördinator. Nu de subsidies zijn weggevallen, zitten we met de handen in het haar. Er komt een nieuwe coördinator, maar slechts halftijds en met een veel breder takenpakket.”
Toch gelooft José in deze buurt. “Wat we nodig hebben, is iemand die als een spin een onzichtbaar web kan weven tussen mensen en hen kan aanzetten tot helpen. Ondanks de moeilijkheden zijn we trots op wat we al hebben opgebouwd. Zorgzame buurten gaf ons de ruimte om projecten op te starten, partners aan te trekken en alvast de eerste stenen te leggen van een warme, verbonden gemeenschap.