Infrastructuur

Renteloze energieleningen

In 2023-24 konden de welzijns- en zorgvoorzieningen voor klimaatmaatregelen een beroep doen op de renteloze energieleningen. Hiertoe stond in beide jaren telkens maximaal 50 miljoen euro ter beschikking of 100 miljoen euro in totaal.

Renteloze energielening
Geen oproepen meer

Er worden geen oproepen meer gelanceerd voor de renteloze energieleningen.

Welke waren de voorwaarden?

Kopieer sectielink
  • U beschikt voor de betrokken klimaatmaatregelen over een energieprestatiediagnose (energiescan/energieaudit). 
  • U gaf voor de klimaatmaatregelen uit de energieprestatiediagnose op voor welk bedrag u een renteloze lening wenst:
    • Uitgesloten waren de maatregelen op basis van fossiele brandstoffen.
    • Het te financieren bedrag werd door het VIPA berekend worden na aftrek van eventuele overige Vlaamse subsidies en na verrekening van eventuele andere Vlaamse energieleningen.
    • U ondertekende dan een engagementsverklaring. 
  • De maatregelen met een gevraagde renteloze lening worden door het VIPA gebundeld (per HCO-nummer) in een financieringstoezegging:
    • Per financieringstoezegging werden de gemiddelde terugverdientijd (TVT) en de gemiddelde klimaatscore berekend. De weging gebeurt op basis van de investeringskost, bijgesteld volgens het effectieve bedrag van de renteloze energielening.
    • De gewogen gemiddelde looptijd van de financieringstoezegging bedraagt maximaal 10 jaar en geldt voor elke onderliggende lening.
    • Er was een minimum te financieren bedrag per financieringstoezegging van: 60.000 euro.
    • Er was geen absoluut maximumbedrag.
    • De renteloze energieleningen kunnen niet gecombineerd worden met de klimaatsubsidies ten gevolge van de Europese regelgeving. 

Aandachtspunt:
Bij de evaluatie van de respons, hadden de financieringstoezeggingen met een hogere klimaatscore voorrang op die met een lagere score. Ook mocht de gemiddelde TVT van de gefinancierde maatregelen binnen de financieringstoezegging niet  hoger liggen dan 10 jaar.
De aanvrager kon zelf beslissen om voor bepaalde maatregelen een lagere of geen renteloze energielening aan te vragen, zodat maatregelen met een lange TVT of een beneden gemiddelde klimaatscore minder wegen op het gemiddelde voor de financieringstoezegging. Hierdoor kon een financieringstoezegging (als mix van klimaatmaatregelen met lange en korte TVT, uitstekende en mindere klimaatscores) dan eventueel toch worden verleend.

Voorbeeld:
Een aanvrager diende voor 3 klimaatmaatregelen een aanvraag voor een renteloze energielening in:

Aanvraag
 InvesteringskostRenteloze energieleningKlimaatscoreTVT
Maatregel A500 000500 000808
Maatregel B250 000250 0007012
Maatregel C250 000250 0006015
 Totaal/Gemiddelde1 000 00072,5010,75

De gewogen gemiddelde TVT ligt hoger dan de toegelaten 10 jaar (10,75 jaar). De aanvrager besluit om voor maatregel C maar een renteloze energielening van 100.000 euro in plaats van 250.000 euro aan te vragen.

De aanvraag wordt dan:

Aanvraag
 InvesteringskostRenteloze energieleningKlimaatscoreTVT
Maatregel A500 000500 000808
Maatregel B250 000250 0007012
Maatregel C250 000100 0006015
 Totaal/Gemiddelde850 00074,7110,00

Gezien de gemiddelde TVT wel binnen de 10 jaar blijft, stelde er zich geen probleem om deze 3 maatregelen mee te nemen voor een financiering. Er werd dan ook een financieringstoezegging verleend voor een bedrag van 850.000 euro voor een looptijd van 10 jaar.

Waren er specifieke selectiecriteria van toepassing?

Kopieer sectielink

Omdat er in 2023 en 2024 telkens 50 miljoen euro ter beschikking stond, kon er ruim aan de vraag worden voldaan.

Als de vraag toch het aanbod zou overstijgen, zou er rangschikking worden doorgevoerd op basis van een klimaatscore die volgens onderstaande formule wordt berekend:

De specifieke formule voor de weging van de aanvragen is terug te vinden in artikel 1 van het MB tot vaststelling van de formule:

  • [10 x (CO2-reductie/m2/0,020 ton; {jaar x m²}]+
  • [80 x ((CO2-reductie*levensduur/€subsidie)/0,30;{ton/€)]+
  • [10 x (CO2-reductie van het langetermijnpakket/CO2-reductiepotentieel)]

Legende:

  • CO2-reductie = CO2-reductie van het langetermijnproject, vermeld in uw energieprestatiediagnose;
  • CO2-reductie van het langetermijnpakket = CO2-reductie van alle langetermijnprojecten, waarvoor u binnen dezelfde oproep een aanvraag van een klimaatinvesteringssubsidie indient;
  • CO2-reductiepotentieel = het totale potentieel aan CO2-reducties in het gebouw, zoals vermeld in de energieprestatiediagnose;
  • Levensduur = levensduur van het langetermijnproject (in jaren), die voor maatregelen met betrekking tot installaties 15 jaar bedraagt.
  • Aanvragen met een hogere score krijgen voorrang op aanvragen met een lagere score. We verhogen deze score met 50 punten als de aanvraag:
    • een innovatieve energiebesparende maatregel bevat. Een energiebesparende maatregel is innovatief als hij gebruik maakt van een vernieuwende en weinig gebruikte technologie die een katalyserende rol kan spelen in de transitie naar een onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
    • aantoont dat het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, ten laaste 6 maanden na de oplevering ervan zal voldoen aan de richtnormen met betrekking tot binnenmilieu.

Hoe verliep het proces van de aanvraag?

Kopieer sectielink
  • Tijdens de oproep kon u voor elke klimaatmaatregel in de energieprestatiediagnose het bedrag aan renteloze energielening opgeven.
  • VIPA bundelde de maatregelen in financieringstoezeggingen per voorziening (i.e. per HCO-nummer) en bevestigde formeel de financieringstoezeggingen. U kon dan de werken starten.
  • Op basis van de financieringstoezegging worden 1 of meerdere leningcontracten afgesloten.
  • Het geleende bedrag wordt opgenomen op basis van 1 of meerdere facturen. Dit wordt door het VIPA bepaald in functie van de bouwperiode. 
  • De aflossingen zijn in de regel maandelijks en vangen normaal ook aan in de maand volgend op maand van de volledige geldopname. 

Waar vind ik het regelgevend kader?

Kopieer sectielink

De modaliteiten worden verder toegelicht in de nota aan de Vlaamse Regering van 3 maart 2023.pdf bestand888.6kb

Europese staatssteun:

In het kader van de staatssteunregels wordt ook het bruto-subsidie-equivalent of de totale toegekende staatssteun berekend.

Als de gederfde intrest op de renteloze energieleningen wordt beschouwd als staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dan wordt deze toegekend binnen de voorwaarden van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

VIPA bepaalt volgens de vooraf bepaalde methodologie het intrestvoordeel per renteloze lening om zo tot het bruto-subsidie-equivalent te komen. Als uitgangspunt voor de intrest wordt de basisintrest genomen zoals bepaald door de EU. Deze wordt verhoogd met 100 basispunten (voor sectorspecifieke en illiquiditeitsrisico’s) conform het Publicatieblad C14/2008.

Hiertoe werd voor deze oproep op basis van de EU-regels een basisintrest genomen van 4,64%.

Voor de financieringstoezegging werd al afgetoetst dat dit BSE onder het plafond van de toelaatbare staatssteun blijft. U hoeft dit bijgevolg zelf niet te rapporteren of bij te houden.

Belangrijk aandachtspunt is wel dat bij een inbreuk op de staatssteunregels (in hoofdzaak bij een ongeoorloofde bestemmingswijziging, zoals in het leningscontract zal worden bepaald), het bruto-subsidie-equivalent pro rato temporis de gelopen looptijd van de leningsovereenkomst zal worden teruggevorderd.


 

Veelgestelde vragen

Kopieer sectielink

Vind het antwoord op uw vragen in de rubriek 'Veelgestelde vragen'.

Sector(en)
Geestelijke Gezondheidszorg
Gehandicaptenzorg
Jeugdhulp
Kinderopvang
Residentiële ouderenzorg
Revalidatie
Thuiszorg
Welzijnsvoorzieningen
Woonzorg
Ziekenhuizen