Gezondheidsklachten bij jonge mantelzorgers
Kerncijfers
Een op vier van de jonge mantelzorgers ervaart meerdere keren per week hoofdpijn in 2022. Dit is meer dan in 2018 en meer dan bij jonge niet-mantelzorgers
25,7% van de jonge mantelzorgers ervaart in 2022 meerdere keren per week hoofdpijn. Dit is een aanzienlijke en significante stijging in vergelijking met 2018, toen dat aandeel 16,1% bedroeg. Dit is ook nog steeds meer dan jonge niet-mantelzorgers, van wie 16,5% meerdere keren per week hoofdpijn ervaart. Ook in deze groep zien we een stijging van het aandeel jongeren met hoofdpijn in vergelijking met 2018.
Gezondheidsklachten komen vaker voor bij meisjes, oudere groepen jonge mantelzorgers, zij uit een ander gezinstype dan een moeder-vadergezin en jonge mantelzorgers die thuis meer taken opnemen
Het ervaren van gezondheidsklachten bij jonge mantelzorgers verschilt sterk naar een aantal achtergrondkenmerken.
Het grootste verschil vinden we naar geslacht: 38,5% van de jongens ervaart meer dan twee gezondheidsklachten meerdere keren per week, bij meisjes bedraagt dit aandeel 64,6%. Ook naar leeftijd zijn er grote verschillen: de jongste groep van 11-12-jarigen ervaart het minst vaak gezondheidsklachten (42%), de twee oudste groepen het vaakst (respectievelijk 57,5% bij de 15-16-jarigen en 58,6% bij de 17-18-jarigen). Jonge mantelzorgers uit een ander gezinstype (59,6%) ervaren vaker gezondheidsklachten dan mantelzorgers uit een moeder-vadergezin (49,5%). Ook jonge mantelzorgers die thuis meer dan vier uur per week taken opnemen (57,9%) hebben meer gezondheidsklachten dan zij die minder taken opnemen (50,7%). De verschillen naar herkomst en of de ouders al dan niet werken zijn niet significant.
Een op zes jonge mantelzorgers ervaart meerdere keren per week buikpijn. Dit is een groter aandeel dan in 2018 en meer dan bij jonge niet-mantelzorgers
17,2% van de jonge mantelzorgers ervaart in 2022 meerdere keren per week buikpijn. Dit is een stijging in vergelijking met 2018, toen dat aandeel 11,5% bedroeg. Dit is ook meer dan jonge niet-mantelzorgers, van wie 11% meerdere keren per week buikpijn ervaart. Ook in deze groep zien we een stijging van het aandeel jongeren met buikpijn in vergelijking met 2018.
Bijna een op vier jonge mantelzorgers ervaart meerdere keren per week rugpijn. Dit is een groter aandeel dan in 2018 en meer dan bij jonge niet-mantelzorgers
23,4% van de jonge mantelzorgers ervaart in 2022 meerdere keren per week rugpijn. Dit is een stijging in vergelijking met 2018, toen dat aandeel 16,4% bedroeg. Dit is ook meer dan jonge niet-mantelzorgers, van wie 15,1% meerdere keren per week rugpijn ervaart. Ook in deze groep zien we een stijging van het aandeel jongeren met rugpijn in vergelijking met 2018.
Ruim een op vier jonge mantelzorgers voelt zich meerdere keren per week ongelukkig. Dit is een groter aandeel dan in 2018 en vaker dan jonge niet-mantelzorgers
27,8% van de jonge mantelzorgers voelt zich in 2022 meerdere keren per week ongelukkig. Dit is een stijging in vergelijking met 2018, toen dat aandeel 20,8% bedroeg. Dit is ook meer dan jonge niet-mantelzorgers, van wie 16,6% zich meerdere keren per week ongelukkig voelt. Ook in deze groep zien we een stijging van het aandeel jongeren dat zich ongelukkig voelt in vergelijking met 2018.
Meer dan een op drie jonge mantelzorgers voelt zich meerdere keren per week geïrriteerd of slecht gehumeurd. Dit is een groter aandeel dan in 2018 en meer dan bij jonge niet-mantelzorgers
36,5% van de jonge mantelzorgers voelt zich in 2022 meerdere keren per week geïrriteerd of slecht gehumeurd. Dit is een stijging in vergelijking met 2018, toen dat aandeel 28,1% bedroeg. Dit is ook meer dan jonge niet-mantelzorgers, van wie 26,7% zich meerdere keren per week geïrriteerd of slecht gehumeurd voelt. Ook in deze groep zien we een stijging van het aandeel jongeren dat zich geïrriteerd of slecht gehumeurd voelt in vergelijking met 2018.
Bijna vier op de tien jonge mantelzorgers voelt zich meerdere keren per week zenuwachtig. Dit is een groter aandeel dan in 2018 en meer dan bij jonge niet-mantelzorgers.
38,6% van de jonge mantelzorgers voelt zich in 2022 meerdere keren per week zenuwachtig. Dit is een stijging in vergelijking met 2018, toen dat aandeel 27,4% bedroeg. Dit is ook meer dan jonge niet-mantelzorgers, van wie 28,3% zich meerdere keren per week zenuwachtig voelt. Ook in deze groep zien we een stijging van het aandeel jongeren dat zich zenuwachtig voelt in vergelijking met 2018.
Vier op tien jonge mantelzorgers ervaren meerdere keren per week problemen om in slaap te vallen. Dit is een groter aandeel dan in 2018 en meer dan bij jonge niet-mantelzorgers
40% van de jonge mantelzorgers ervaart in 2022 problemen om in slaap te vallen. Dit is een stijging in vergelijking met 2018, toen dat aandeel 34,4% bedroeg. Dit is ook meer dan jonge niet-mantelzorgers, van wie 28,9% problemen ervaart om in slaap te vallen. Ook in deze groep zien we een stijging van het aandeel jongeren dat problemen ervaart om in slaap te vallen in vergelijking met 2018.
Meer dan een op vijf jonge mantelzorgers voelt zich meerdere keren per week duizelig. Dit is een groter aandeel dan in 2018 en meer dan bij jonge niet-mantelzorgers
21% van de jonge mantelzorgers voelt zich in 2022 meerdere keren per week duizelig. Dit is een stijging in vergelijking met 2018, toen dat aandeel 11,8% bedroeg. Dit is ook meer dan jonge niet-mantelzorgers, van wie 12,7% zich meerdere keren per week duizelig voelt. Ook in deze groep zien we een stijging van het aandeel jongeren dat zich duizelig voelt in vergelijking met 2018.
Meer dan de helft van de jonge mantelzorgers in Vlaanderen ervaart meer dan twee gezondheidsklachten in 2022. Dit is meer dan in 2018 en meer dan jonge niet-mantelzorgers
52,5% van de jonge mantelzorgers ervaart in 2022 meer dan twee gezondheidsklachten meerdere keren per week. Dit is een aanzienlijke en significante stijging in vergelijking met 2018, toen dat percentage 41,9% bedroeg. Dit is ook nog steeds meer dan jonge niet-mantelzorgers, van wie 37,6% meer dan twee gezondheidsklachten meerdere keren per week ervaart in 2022. Ook in deze groep zien we een substantiële stijging van het aandeel jongeren met gezondheidsklachten.
Achtergrondinfo
Bron
De cijfers zijn gebaseerd op de studie Jongeren en Gezondheid die uitgevoerd wordt door de onderzoeksgroep Gezondheidsbevordering van de vakgroep Volksgezondheid en Eerstelijnszorg aan Universiteit Gent met steun van de Vlaamse Overheid (Departement Zorg). De studie kadert binnen de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) survey. Dit is een internationaal onderzoeksnetwerk bestaande uit onderzoekers van 49 Europese en Noord-Amerikaanse landen en regio’s die vierjaarlijks peilen naar de gezondheid, het gezondheidsgedrag en de sociale omgevingen van 11-, 13- en 15-jarige jongeren. In Vlaanderen wordt deze leeftijdsrange uitgebreid en wordt een representatieve steekproef van jongeren uit het vijfde leerjaar lager tot en met het zesde leerjaar secundair onderwijs bevraagd. De bevraging gebeurt via een gevalideerde vragenlijst die op school wordt afgenomen. Diverse thema’s komen aan bod zoals de demografische en de sociale context, het mentaal en het subjectief welbevinden, de fysieke activiteit en het sedentair gedrag, het gebruik van tabak, alcohol en drugs en dergelijke meer. In overeenstemming met het internationale studieprotocol, verloopt de bevraging in elk deelnemend land en bij elke nieuwe bevraging volgens een gestandaardiseerde methodologie en met eenzelfde vragenlijst. Hierdoor is het mogelijk om de bevindingen internationaal te vergelijken alsook om evoluties te monitoren (Roberts et al., 2009). Gezien het representatieve karakter van de studie Jongeren en Gezondheid, laat het ons toe een betrouwbare schatting te maken van het aantal mantelzorgers in de leeftijdsgroep van jongeren uit het vijfde leerjaar lager tot en met het zesde leerjaar secundair onderwijs. De netto steekproef in Vlaanderen bestaat in 2018 en 2022 respectievelijk uit 11.035 en 20.154 jongeren.
Definitie & berekening
De inschatting van de gezondheidsklachten is gebaseerd op volgende vraag uit de HBSC-vragenlijsten uit 2018 en 2022:
- In de voorbije 6 maanden, hoe vaak heb je het volgende gehad…? Hoofdpijn, buikpijn, rugpijn, je ongelukkig voelen, geïrriteerd, slecht gehumeurd zijn, je zenuwachtig voelen, problemen om in slaap te vallen, je duizelig voelen
Antwoordmogelijkheden: Bijna elke dag, meer dan één keer per week, bijna elke week, bijna elke maand, zelden of nooit.
Voor de analyses werden de categorieën ‘bijna elke dag’ en ‘meer dan één keer per week’ samengenomen. In de samenvattende analyses werd gefocust op de jongeren die meer dan twee klachten meerdere keren per week hebben.
Het jonge mantelzorger zijn, is gebaseerd op volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst:
- Is er iemand bij jou thuis (het gezin waar je de hele tijd of de meeste tijd doorbrengt) die langer dan drie maanden lichamelijk en/of psychisch ziek of gehandicapt is? Voorbeelden van ziektes en handicaps zijn: kanker, suikerziekte, hartziekte, depressie, verslaving, autisme, verstandelijke beperking. Geef voor de onderstaande personen bij jou thuis aan of er bij hen sprake is van een ziekte of handicap: ikzelf, mijn vader/ moeder, mijn opa/oma die bij ons inwoont, mijn broer/zus, iemand anders die bij ons thuis woont.
Antwoordmogelijkheden: ja, neen.
Om in te schatten welke jongeren jonge mantelzorger zijn werd geen rekening gehouden met de antwoordcategorie ‘ikzelf’. Wanneer bij minstens één van de overige antwoordmogelijkheden ‘ja’ werd aangekruist werd aangenomen dat de jongere een jonge mantelzorger is.
Het geslacht is gebaseerd op volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst:
- ‘Ben je een jongen of een meisje?’
Antwoordmogelijkheden: jongen, meisje.
De leeftijd is het tijdstip van de bevraging (jaar en maand) min het tijdstip van geboorte van de jongere (jaar en maand). De leeftijd is gebaseerd op volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:
- Welke maand is het vandaag?
Antwoordmogelijkheden: februari, maart, april, mei, juni. - In welke maand ben je geboren?
Antwoordmogelijkheden: januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december. - In welk jaar ben je geboren?
Voor het indelen in leeftijdsgroepen werd aangenomen dat een jongere hoogstens zes maanden van een bepaalde leeftijd afwijkt.
Het bepalen van herkomst is gebaseerd op volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:
- In welk land ben je geboren?
Antwoordmogelijkheden: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Marokko, Polen, ander land (vul in): … - In welk land is je moeder (of de partner van je vader) geboren?
Antwoordmogelijkheden: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Marokko, Polen, ander land (vul in): … - In welk land is je vader (of de partner van je moeder) geboren?
Antwoordmogelijkheden: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Marokko, Polen, ander land (vul in): …
Op basis van de antwoorden op deze vragen werden drie groepen onderscheiden:
- ‘Belgische herkomst’: de jongere zelf en beide ouders zijn in België geboren.
- 'eerste generatie buitenlandse herkomst’: de jongere is zelf in het buitenland geboren.
- 'tweede generatie buitenlandse herkomst’: de jongere is zelf in België geboren en één of beide ouders zijn in het buitenland geboren.
De onderwijsvorm werd bepaald op basis van volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst:
- Welke onderwijsvorm volg je?
Antwoordmogelijkheden: A-stroom, B-stroom, Algemeen secundair onderwijs (aso), Kunst secundair onderwijs (kso), Technisch secundair onderwijs (tso), Beroeps secundair onderwijs (bso).
Jongeren uit het lager onderwijs werden via een afzonderlijke vragenlijst bevraagd en vormen een groep die bij het weergeven van de resultaten bijkomend wordt onderscheiden. Voor de analyses werd het kunst secundair onderwijs (kso) en het technisch secundair onderwijs (tso) samengenomen.
Het werken van de ouders werd bepaald op basis van volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:
- Heeft jouw vader (of de partner van je moeder) werk?
Antwoordmogelijkheden: ja, neen, ik weet het niet, ik ken deze persoon niet/zie deze persoon nooit. - Heeft jouw moeder (of de partner van je vader) werk? Heeft jouw moeder (of de partner van je vader) werk?
Antwoordmogelijkheden: ja, neen, ik weet het niet, ik ken deze persoon niet/zie deze persoon nooit.
Voor het weergeven van de resultaten werd enkel rekening gehouden met de ‘ja’ en ‘neen’ antwoorden. Er werden twee groepen onderscheiden: ‘vader en moeder werken’ en ‘één of beide ouders werken niet’.
Het gezinstype werd bepaald op basis van volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst:
- ‘Vul deze vraag in voor het gezin waar je de hele tijd of de meeste tijd doorbrengt en duid de mensen aan die daar leven. Je mag meerdere antwoorden aanduiden.’
Antwoordmogelijkheden: moeder, vader, partner van vader, partner van moeder, pleegezin of opvangtehuis, bij iemand of ergens anders (bv. broer/zus of grootouders). Voor de analyses werden jongeren die wonen bij hun moeder en vader ondergebracht in de groep ‘moeder-vadergezin’. De overige gezinssituaties werden ondergebracht in ‘ander gezinstype’.
Binnen de groep jonge mantelzorgers werd onderscheid gemaakt tussen jonge mantelzorgers die minder en meer dan 4u thuis wekelijks taken opnemen. Hiervoor werd gebruik gemaakt van volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:
- Heb je thuis (het gezin waar je de hele tijd of de meeste tijd doorbrengt) taken en verantwoordelijkheden, zoals schoonmaken van het huis, een broer of zus helpen bij huiswerk of zorgen voor een ziek familielid?
Antwoordmogelijkheden: ja, neen.
Als het antwoord op deze vraag ‘ja’ is, dan moet de volgende vraag beantwoord worden: - Gelieve in te schatten hoeveel uren per week je in de voorbije maand besteed hebt aan taken thuis.
Antwoordmogelijkheden: minder dan 1 uur, ongeveer 1 uur, ongeveer 2 tot 3 uur, ongeveer 4 tot 5 uur, ongeveer 6 tot 7 uur, ongeveer 8 uur of meer.
Een onderscheid wordt gemaakt tussen jonge mantelzorgers die thuis veel helpen (minstens vier uur per week) en jonge mantelzorgers die thuis niet of weinig meehelpen (minder dan vier uur per week).
Interpretatie van de resultaten
De weergegeven cijfers zijn schattingen van populatiepercentages op basis van surveydata. Omdat elke schatting onderhevig is aan steekproefonzekerheid, wordt bij elk percentage een 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven. Dit interval geeft de marge aan waarbinnen het werkelijke populatiepercentage met grote waarschijnlijkheid ligt. In de figuren is dit betrouwbaarheidsinterval grijs aangeduid rond elk schattingscijfer.
De cijfers zijn gewogen om mogelijke onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de steekproef te corrigeren. Bij deze weging werd rekening gehouden met geslacht, leerjaar en onderwijsvorm. Daardoor sluiten de resultaten beter aan bij de samenstelling van de Vlaamse jongerenpopulatie waarop de cijfers betrekking hebben.