Inspectie in bijstandsorganisaties
Wat is een bijstandsorganisatie?
Bijstandsorganisaties staan budgethouders bij in de besteding en verantwoording van hun persoonlijke-assistentiebudget (PAB) of persoonsvolgend budget (PVB) en de organisatie van de zorg en ondersteuning. Zij hebben een opdracht ten aanzien van budgethouders, zowel collectief als individueel én ten aanzien van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).
Bijstandsorganisatie kunnen samen met de budgethouder een bestedingsplan opmaken. Ze kunnen helpen bij de praktische uitvoering ervan binnen de bestedingsregels door onder andere deskundig advies te verlenen over de verplichtingen en activiteiten als werkgever (aanwerving van assistenten, richtlijnen van het VAPH, overeenkomsten afsluiten, reglementering interimarbeid ...), contacten te leggen met zorgaanbieders, ondersteuning te bieden bij de verantwoording van het budget …
De collectieve opdracht ten aanzien van het VAPH bestaat er onder meer in om feedback te geven die bijdraagt aan optimalisatie van de persoonsvolgende financiering en situaties met een vermoeden van misbruik of fraude te melden.
Een bijstandsorganisatie wordt erkend en gesubsidieerd door het VAPH.
Wat inspecteert Zorginspectie?
Zorginspectie focust op de aspecten die verband houden met de kwaliteit van de geboden ondersteuning en baseert zich daarvoor op de regelgeving en infonota’s waaraan de organisatie zich moet houden. U vindt daarover meer informatie op de website van het VAPH.
Hoe inspecteert Zorginspectie?
Bij haar inspecties in bijstandsorganisaties hanteert Zorginspectie verschillende methodieken zoals:
- bevraging van medewerkers en verantwoordelijken
- inzage in documenten (o.a. dossiers van zorggebruikers)
- gesprekken met zorggebruikers en/of familieleden.
Dossierinzage vormt een essentieel deel van de inspectiemethodiek, omdat we heel wat onderwerpen alleen op die manier kunnen objectiveren. Uit respect voor de bescherming van de privacy van de zorggebruiker engageert Zorginspectie zich om zorgvuldig om te gaan met het controleren van gegevens in dossiers van zorggebruikers.
Meer algemene informatie over inspecteren vindt u op de pagina van Zorginspectie.
Soorten inspecties
Het toezicht op bijstandsorganisaties is georganiseerd in verschillende soorten inspecties:
Basistoezicht met focus op de werking
Het basistoezicht kan plaatsvinden op initiatief van Zorginspectie of op basis van een vraag van het VAPH.
Tijdens een aangekondigd inspectiebezoek worden enkele relevante thema’s onderzocht die inzicht bieden in de naleving van de vergunnings- en kwaliteitsvoorwaarden en de samenwerkingsovereenkomst die is afgesloten tussen het VAPH en elke bijstandsorganisatie. Volgende onderwerpen worden uitgediept in het actuele inspectie-instrumentpdf bestand845.5kb:
- Organisatorische aspecten
- Medewerkersbeleid
- Dossiervorming
- Dienstverlening op vraag van de budgethouder
- Gratis bijstand
- Laagdrempelige individuele dienstverlening
- Hoogdrempelige individuele dienstverlening
- Bemiddeling
- Dienstverlening op vraag van VAPH
- Situaties van oneigenlijk gebruik/misbruik en fraude
- Verplichte bijstand
- Bijdrageregeling
- Omgaan met klachten
- Regeling in geval van vergissingen
De voornaamste gesprekspartners zijn de directie en eventuele stafleden voor de onderwerpen die gaan over de organisatie van de werking. Coaches worden betrokken bij de praktijktoets.
Klachtinspecties
Klachten over bijstandsorganisaties kunnen worden gemeld bij de klachtendienst van het VAPH. Als het aangewezen is, kan Zorginspectie een inspectie ter plaatse uitvoeren. De aard van de klacht bepaalt de keuze voor een aangekondigd of onaangekondigd inspectiebezoek.
Opvolgingsinspecties
De noodzakelijke opvolging van vaststellingen, die gedaan werden in het kader van één van de toezichtsvormen, krijgt invulling via de opvolgingsinspecties. Een opvolgingsinspectie kan met bezoek of zonder bezoek gebeuren, aangekondigd of onaangekondigd. De initiële vaststelling bepaalt de inhoud van het inspectiebezoek.
Het opvolgingstoezicht past binnen een beleid van handhaving, waarin zowel Zorginspectie als het VAPH elk een specifieke opdracht heeft.
Wat leest u in het verslag?
Het inspectieverslag bevat de vaststellingen van de inspecteur. Het verslag heeft volgende doelen:
- Vaststellingen schriftelijk weergeven
Het verslag beschrijft de vaststellingen van de inspecteur. Bijvoorbeeld: voldoet de voorziening aan de geïnspecteerde regelgeving?
De inspecteur noteert de vaststellingen in de vorm van een inbreuk of een aandachtspunt. Een inbreuk wordt genoteerd bij de niet-naleving van de regelgeving door actoren in de zorg. Onder regelgeving verstaan we niet alleen wetgeving, maar ook geformaliseerde afspraken (decreet van 19-01-2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid, artikel 2, 6° en artikel 3).
Een aandachtspunt vraagt aandacht voor de bijsturing van bepaalde elementen uit de werking van de zorgaanbieder, zonder dat er sprake is van een inbreuk. Zorginspectie vraagt daarvoor aandacht met het oog op de optimale werking van de zorgaanbieder in functie van de verbetering van de kwaliteit van zorg geboden aan de gebruiker. - De voorziening informeren
Het inspectieverslag informeert de voorziening en de inrichtende macht schriftelijk over de vaststellingen van Zorginspectie. - Rapporteren aan de inhoudelijk bevoegde entiteit: het Vlaamse Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).
- Burgers informeren
Iedere burger kan een definitief inspectieverslag opvragen via het invulformulier op de website van Zorginspectie of door een schriftelijke vraag te richten aan Zorginspectie, Koning Albert II-laan 15, bus 497, 1210 Brussel. - Knelpunten signaleren
Inspecties leggen tekortkomingen, leemten en/of gebreken in de regelgeving bloot. Door die te signaleren, kunnen de entiteiten van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin verbeteracties ondernemen.
Zorginspectie moedigt de organisaties aan om open te communiceren over haar vaststellingen. Voor alle vragen over de inspecties kan u contact opnemen met contact.zorginspectie@vlaanderen.be.
Wat na de inspectie?
Na een inspectiebezoek ontvangt de voorziening het ontwerpverslag met de vaststellingen van de inspectie.
- Reactiemogelijkheid
De voorziening krijgt 14 kalenderdagen de tijd om schriftelijk te reageren. Het inspectieverslag wordt pas definitief nadat de geïnspecteerde de kans heeft gehad om te reageren op eventuele onjuistheden die in het verslag zijn opgenomen. Denk aan feitelijke vergissingen, onduidelijk omschreven vaststellingen of foutieve contactgegevens. - Beslissing door de inspecteur
De inspecteur beoordeelt de reactie en beslist of het ontwerpverslag al dan niet wordt aangepast. Als er geen reactie wordt ingediend of als de reactie niet tot wijzigingen leidt, wordt het ontwerpverslag automatisch het definitieve verslag. - De bevoegde entiteit informeren
Na elke inspectie deelt Zorginspectie haar vaststellingen en eventuele reacties met de bevoegde entiteit van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Voor de bijstandsorganisaties is dat het VAPH. Die entiteit volgt de vaststellingen uit het inspectieverslag op en beslist of er gevolgen zijn voor de verdere erkenning, vergunning of toekenning van subsidies. Het feit dat de inspectie en handhaving gescheiden zijn, noemen we functiescheiding.
Beleidsrapporten
- Ondersteuning van het beleid
Zorginspectie rapporteert niet alleen over individuele organisaties, maar neemt ook de taak op zich om, op basis van de inspectievaststellingen, een beeld te schetsen van een sector of een bepaalde problematiek. - Informatie voor de burger
Zorginspectie wil de burger informeren over haar vaststellingen bij inspecties in Vlaamse (zorg)voorzieningen en aanverwante organisaties. Op die manier levert Zorginspectie een bijdrage aan transparantie over de kwaliteit van de zorg in die organisaties.
Hieronder vindt u de beleidsrapporten over de bijstandsorganisaties:
- Sector(en)
- Gehandicaptenzorg