Onderzoek, cijfers en innovatie

Taakopname door jonge mantelzorgers

Kerncijfers

Kopieer sectielink

Jonge mantelzorgers besteden vaker minstens 4u per week aan taken en verantwoordelijkheden thuis dan jonge niet-mantelzorgers en dan de totale groep Vlaamse jongeren

In 2022 besteedde 27% van de jonge mantelzorgers minstens 4 uur per week aan taken en verantwoordelijkheden thuis. Dat aandeel lag hoger dan bij jongeren zonder mantelzorgsituatie bij wie dit aandeel 21,5% bedroeg. Het percentage jonge mantelzorgers dat thuis minstens 4u wekelijks taken en verantwoordelijkheden opnam, is in 2022 ook hoger dan in 2018 toen het aandeel 23,2% bedroeg. Bij jonge niet-mantelzorgers en de totale groep Vlaamse jongeren zien we in 2022 eveneens een hoger percentage dat minstens 4u wekelijks hielp in vergelijking met 2018.

Het aandeel jonge mantelzorgers dat minstens 4 uur per week taken en verantwoordelijkheden opneemt, ligt hoger bij oudere jonge mantelzorger en jonge mantelzorgers uit het kso/tso en bso

Bij jonge mantelzorgers verschilt het aandeel dat minstens 4 uur per week taken en verantwoordelijkheden thuis opneemt vooral naargelang leeftijd en onderwijsvorm. Bij 11- tot 12-jarige jonge mantelzorgers bedraagt dit aandeel 21,8%. Het aandeel neemt toe met de leeftijd en ligt bij 17- tot 18-jarige jonge mantelzorgers op 29,5%. 

Ook naar onderwijsvorm zijn er duidelijke verschillen. Bij jonge mantelzorgers uit het lager onderwijs (20,5%) en de b-stroom (16,2%) liggen de percentages het laagst. Bij jonge mantelzorgers uit het kso/tso (34,2%) en het bso (30%) ligt het aandeel duidelijk hoger. 

Naar geslacht, herkomst, werksituatie van de ouders en gezinstype zijn er geen statistisch significante verschillen. 

Achtergrondinfo

Kopieer sectielink

Bron

De cijfers zijn gebaseerd op de studie Jongeren en Gezondheid die uitgevoerd wordt door de onderzoeksgroep Gezondheidsbevordering van de vakgroep Volksgezondheid en Eerstelijnszorg aan Universiteit Gent met steun van de Vlaamse Overheid (Departement Zorg). De studie kadert binnen de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) survey. Dit is een internationaal onderzoeksnetwerk bestaande uit onderzoekers van 49 Europese en Noord-Amerikaanse landen en regio’s die vierjaarlijks peilen naar de gezondheid, het gezondheidsgedrag en de sociale omgevingen van 11-, 13- en 15-jarige jongeren. In Vlaanderen wordt deze leeftijdsrange uitgebreid en wordt een representatieve steekproef van jongeren uit het vijfde leerjaar lager tot en met het zesde leerjaar secundair onderwijs bevraagd. De bevraging gebeurt via een gevalideerde vragenlijst die op school wordt afgenomen. Diverse thema’s komen aan bod zoals de demografische en de sociale context, het mentaal en het subjectief welbevinden, de fysieke activiteit en het sedentair gedrag, het gebruik van tabak, alcohol en drugs en dergelijke meer. In overeenstemming met het internationale studieprotocol, verloopt de bevraging in elk deelnemend land en bij elke nieuwe bevraging volgens een gestandaardiseerde methodologie en met eenzelfde vragenlijst. Hierdoor is het mogelijk om de bevindingen internationaal te vergelijken alsook om evoluties te monitoren (Roberts et al., 2009). Gezien het representatieve karakter van de studie Jongeren en Gezondheid, laat het ons toe een betrouwbare schatting te maken van het aantal mantelzorgers in de leeftijdsgroep van jongeren uit het vijfde leerjaar lager tot en met het zesde leerjaar secundair onderwijs. De netto steekproef in Vlaanderen bestaat in 2018 en 2022 respectievelijk uit 11.035 en 20.154 jongeren.

Definitie & berekening 

Het jonge mantelzorger zijn, is gebaseerd op volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst: 

  • Is er iemand bij jou thuis (het gezin waar je de hele tijd of de meeste tijd doorbrengt) die langer dan drie maanden lichamelijk en/of psychisch ziek of gehandicapt is? Voorbeelden van ziektes en handicaps zijn: kanker, suikerziekte, hartziekte, depressie, verslaving, autisme, verstandelijke beperking. Geef voor de onderstaande personen bij jou thuis aan of er bij hen sprake is van een ziekte of handicap: ikzelf, mijn vader/ moeder, mijn opa/oma die bij ons inwoont, mijn broer/zus, iemand anders die bij ons thuis woont. 
    Antwoordmogelijkheden: ja, neen. Om in te schatten welke jongeren jonge mantelzorger zijn werd geen rekening gehouden met de antwoordcategorie ‘ikzelf’. Wanneer bij minstens één van de overige antwoordmogelijkheden ‘ja’ werd aangekruist werd aangenomen dat de jongere een jonge mantelzorger is.

Het geslacht is gebaseerd op volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst: 

  • ‘Ben je een jongen of een meisje?’ 
    Antwoordmogelijkheden: jongen, meisje. 

De leeftijd is het tijdstip van de bevraging (jaar en maand) min het tijdstip van geboorte van de jongere (jaar en maand). De leeftijd is gebaseerd op volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:

  • Welke maand is het vandaag? 
    Antwoordmogelijkheden: februari, maart, april, mei, juni. 
  • In welke maand ben je geboren? 
    Antwoordmogelijkheden: januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december.
  • In welk jaar ben je geboren?  

Voor het indelen in leeftijdsgroepen werd aangenomen dat een jongere hoogstens zes maanden van een bepaalde leeftijd afwijkt.  

Het bepalen van herkomst is gebaseerd op volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:

  • In welk land ben je geboren? 
    Antwoordmogelijkheden: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Marokko, Polen, ander land (vul in): …
  • In welk land is je moeder (of de partner van je vader) geboren? 
    Antwoordmogelijkheden: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Marokko, Polen, ander land (vul in): … 
  • In welk land is je vader (of de partner van je moeder) geboren? 
    Antwoordmogelijkheden: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Marokko, Polen, ander land (vul in): … 

Op basis van de antwoorden op deze vragen werden drie groepen onderscheiden: 

  • Belgische herkomst’: de jongere zelf en beide ouders zijn in België geboren. 
  • 'eerste generatie buitenlandse herkomst’: de jongere is zelf in het buitenland geboren.
  • 'tweede generatie buitenlandse herkomst’: de jongere is zelf in België geboren en één of beide ouders zijn in het buitenland geboren. 

De onderwijsvorm werd bepaald op basis van volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst: 

  • Welke onderwijsvorm volg je? 
    Antwoordmogelijkheden: A-stroom, B-stroom, Algemeen secundair onderwijs (aso), Kunst secundair onderwijs (kso), Technisch secundair onderwijs (tso), Beroeps secundair onderwijs (bso). 

Jongeren uit het lager onderwijs werden via een afzonderlijke vragenlijst bevraagd en vormen een groep die bij het weergeven van de resultaten bijkomend wordt onderscheiden. Voor de analyses werd het kunst secundair onderwijs (kso) en het technisch secundair onderwijs (tso) samengenomen.

Het werken van de ouders werd bepaald op basis van volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:  

  • Heeft jouw vader (of de partner van je moeder) werk? 
    Antwoordmogelijkheden: ja, neen, ik weet het niet, ik ken deze persoon niet/zie deze persoon nooit.
  • Heeft jouw moeder (of de partner van je vader) werk? 
    Antwoordmogelijkheden: ja, neen, ik weet het niet, ik ken deze persoon niet/zie deze persoon nooit. 

Voor het weergeven van de resultaten werd enkel rekening gehouden met de ‘ja’ en ‘neen’ antwoorden. Er werden twee groepen onderscheiden: ‘vader en moeder werken’ en ‘één of beide ouders werken niet’.  

Het gezinstype werd bepaald op basis van volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst: 

  • ‘Vul deze vraag in voor het gezin waar je de hele tijd of de meeste tijd doorbrengt en duid de mensen aan die daar leven. Je mag meerdere antwoorden aanduiden.’ 
    Antwoordmogelijkheden: moeder, vader, partner van vader, partner van moeder, pleegezin of opvangtehuis, bij iemand of ergens anders (bv. broer/zus of grootouders). 

Voor de analyses werden jongeren die wonen bij hun moeder en vader ondergebracht in de groep ‘moeder-vadergezin’. De overige gezinssituaties werden ondergebracht in ‘ander gezinstype’. 

Binnen de groep jonge mantelzorgers werd onderscheid gemaakt tussen jonge mantelzorgers die minder en meer dan 4u thuis wekelijks taken opnemen. Hiervoor werd gebruik gemaakt van volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst: 

  • Heb je thuis (het gezin waar je de hele tijd of de meeste tijd doorbrengt) taken en verantwoordelijkheden, zoals schoonmaken van het huis, een broer of zus helpen bij huiswerk of zorgen voor een ziek familielid? 
    Antwoordmogelijkheden: ja, neen. 
    Als het antwoord op deze vraag ‘ja’ is, dan moet de volgende vraag beantwoord worden: 
  • Gelieve in te schatten hoeveel uren per week je in de voorbije maand besteed hebt aan taken thuis. 
    Antwoordmogelijkheden: minder dan 1 uur, ongeveer 1 uur, ongeveer 2 tot 3 uur, ongeveer 4 tot 5 uur, ongeveer 6 tot 7 uur, ongeveer 8 uur of meer. 

Een onderscheid wordt gemaakt tussen jonge mantelzorgers die thuis veel helpen (minstens vier uur per week) en jonge mantelzorgers die thuis niet of weinig meehelpen (minder dan vier uur per week).

Interpretatie van de resultaten

De weergegeven cijfers zijn schattingen van populatiepercentages op basis van surveydata. Omdat elke schatting onderhevig is aan steekproefonzekerheid, wordt bij elk percentage een 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven. Dit interval geeft de marge aan waarbinnen het werkelijke populatiepercentage met grote waarschijnlijkheid ligt. In de figuren is dit betrouwbaarheidsinterval grijs aangeduid rond elk schattingscijfer.

De cijfers zijn gewogen om mogelijke onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de steekproef te corrigeren. Bij deze weging werd rekening gehouden met geslacht, leerjaar en onderwijsvorm. Daardoor sluiten de resultaten beter aan bij de samenstelling van de Vlaamse jongerenpopulatie waarop de cijfers betrekking hebben.