Veerkracht bij jonge mantelzorgers
Kerncijfers
Deze pagina brengt de veerkracht van jonge mantelzorgers in beeld aan de hand van twee kerncijfers: eigeneffectiviteit en waargenomen stress. Eigeneffectiviteit verwijst naar de mate waarin jongeren het gevoel hebben dat ze effectief kunnen omgaan met dagelijkse uitdagingen. Waargenomen stress geeft weer in welke mate jongeren de voorbije maand druk of controleverlies hebben ervaren. Samen vormen deze kerncijfers complementaire indicatoren van veerkracht, doordat ze zowel het vertrouwen in eigen kunnen als de ervaren belasting in kaart brengen.
Jonge mantelzorgers hebben minder vaak een hoge eigeneffectiviteit dan jonge niet-mantelzorgers
In 2022 scoort 11,9% van de jonge mantelzorgers hoog op eigeneffectiviteit. Bij jonge niet-mantelzorgers bedraagt dit percentage 15,4%.
Jonge mantelzorgers ervaren bijna dubbel zo vaak een hoge mate van stress als jonge niet-mantelzorgers
In 2022 ervaart 8% van de jonge mantelzorgers een hoge mate van stress. Bij jonge niet-mantelzorgers bedraagt dit percentage 4,1%.
Jongens, jonge mantelzorgers met een buitenlandse herkomst en uit een moeder-vadergezin hebben vaker een hoge mate van eigeneffectiviteit
Eigeneffectiviteit verschilt naar een aantal achtergrondkenmerken.
Jongens (15,7%) hebben veel vaker een hoge mate van eigeneffectiviteit dan meisjes (8,6%). Jonge mantelzorgers met een buitenlandse herkomst, zowel van de eerste (18,5%) als van de tweede generatie (13,9%), ervaren vaker een hoge mate van eigeneffectiviteit dan jonge mantelzorgers met een Belgische herkomst (10,3%). Tot slot zien we dat jonge mantelzorgers uit een moeder-vadergezin (13,2%) vaker een hoge mate van eigeneffectiviteit hebben dan jonge mantelzorgers uit een ander gezinstype (8,3%). De verschillen naar leeftijd, onderwijstype, of de ouders al dan niet werken en of de jonge mantelzorgers al dan niet veel taken opnemen thuis zijn niet significant.
Vooral meisjes, jonge mantelzorgers uit het kso/tso en zij uit een ander gezinstype dan een moeder-vadergezin ervaren een hoge mate van stress
Waargenomen stress bij jonge mantelzorgers verschilt sterk naar een aantal achtergrondkenmerken.
Meisjes (11,5%) ervaren bijna drie maal zo vaak een hoge mate van stress als jongens (4%). 11-12-jarigen (4,3%) ervaren minder vaak een hoge mate van stress dan de drie oudere groepen van jonge mantelzorgers. Jonge mantelzorgers uit het kso/tso (12%) ervaren vaker een hoge mate van stress dan jonge mantelzorgers uit het bso (6,8%). Voorts zien we dat jonge mantelzorgers waarvan één of beide ouders niet werken (10,5%) vaker een hoge mate van stress ervaren dan jonge mantelzorgers van wie beide ouders werken (7%). Ook zij uit een ander gezinstype (11,2%) dan een moeder-vadergezin (6,6%) ervaren vaker een hoge mate van stress. Tot slot ervaren de jonge mantelzorgers die thuis veel taken opnemen (10,6%) vaker een hoge mate van stress dan zij die thuis minder taken opnemen (7,2%). De verschillen naar herkomst zijn niet significant.
Achtergrondinfo
Bron
De cijfers zijn gebaseerd op de studie Jongeren en Gezondheid die uitgevoerd wordt door de onderzoeksgroep Gezondheidsbevordering van de vakgroep Volksgezondheid en Eerstelijnszorg aan Universiteit Gent met steun van de Vlaamse Overheid (Departement Zorg). De studie kadert binnen de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) survey. Dit is een internationaal onderzoeksnetwerk bestaande uit onderzoekers van 49 Europese en Noord-Amerikaanse landen en regio’s die vierjaarlijks peilen naar de gezondheid, het gezondheidsgedrag en de sociale omgevingen van 11-, 13- en 15-jarige jongeren. In Vlaanderen wordt deze leeftijdsrange uitgebreid en wordt een representatieve steekproef van jongeren uit het vijfde leerjaar lager tot en met het zesde leerjaar secundair onderwijs bevraagd. De bevraging gebeurt via een gevalideerde vragenlijst die op school wordt afgenomen. Diverse thema’s komen aan bod zoals de demografische en de sociale context, het mentaal en het subjectief welbevinden, de fysieke activiteit en het sedentair gedrag, het gebruik van tabak, alcohol en drugs en dergelijke meer. In overeenstemming met het internationale studieprotocol, verloopt de bevraging in elk deelnemend land en bij elke nieuwe bevraging volgens een gestandaardiseerde methodologie en met eenzelfde vragenlijst. Hierdoor is het mogelijk om de bevindingen internationaal te vergelijken alsook om evoluties te monitoren (Roberts et al., 2009). Gezien het representatieve karakter van de studie Jongeren en Gezondheid, laat het ons toe een betrouwbare schatting te maken van het aantal mantelzorgers in de leeftijdsgroep van jongeren uit het vijfde leerjaar lager tot en met het zesde leerjaar secundair onderwijs. De netto steekproef in Vlaanderen bestaat in 2018 en 2022 respectievelijk uit 11.035 en 20.154 jongeren.
Definitie & berekening
De inschatting van de eigeneffectiviteit (het effectief kunnen omgaan met dagdagelijkse uitdagingen) is gebaseerd op de volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst uit 2022:
- De volgende vragen gaan over de manier waarop je met zaken omgaat.
- Hoe vaak vind je een oplossing voor een probleem, als je hard genoeg je best doet?
- Hoe vaak lukt het je om de dingen te doen, die je beslist te doen?
- Antwoordmogelijkheden: Nooit, zelden, soms, meestal, altijd.
In navolging van Schrijvers, Dierckens en Deforche (2023) werd een somscore berekend: de originele scores gaande van 1 (nooit) tot 5 (altijd) werden opgeteld waardoor een score van 2 tot en met 10 werd bekomen. De jongeren met een score van 9 of 10 worden beschouwd als jongeren met een hoge mate van eigeneffectiviteit. Schrijvers, K., Dierckens, M. & Deforche B. (2023). Studie Jongeren en Gezondheid, Mentaal, sociaal en fysiek welzijn [Factsheet]. Opgehaald van: https://www.jongeren-en-gezondheid.ugent.be/wordpress/wp-content/uploads/2023/08/3_Factsheet_MentaalSociaalFysiekWelzijn.pdf.
De inschatting van de waargenomen stress is gebaseerd op de volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst uit 2022:
- In de voorbije maand…
- Hoe vaak heb je het gevoel gehad dat je niet in staat was de belangrijke dingen in je leven te controleren?
- Hoe vaak heb je je zelfzeker gevoeld om persoonlijke problemen aan te pakken?
- Hoe vaak heb je het gevoel gehad dat de dingen op jouw manier verliepen?
- Hoe vaak heb je het gevoel gehad dat moeilijkheden zich zo hoog opstapelden, dat je ze niet kon overwinnen?
- Antwoordmogelijkheden: Nooit, bijna nooit, soms, redelijk vaak, heel vaak.
In navolging van Schrijvers, Dierckens en Deforche (2023) werd er een somscore berekend van de antwoorden. De antwoorden op de tweede en derde stelling werden hiervoor omgedraaid, zodat een hogere score overeenstemt met een hogere mate van waargenomen stress. Vervolgens werden de scores gehercodeerd naar 0 (nooit) tot 4 (heel vaak) en opgeteld waardoor een score van 0 tot en met 16 werd bekomen. De jongeren met een score van 12 tot 16 werden beschouwd als jongeren die een hoge mate van stress waarnamen. Schrijvers, K., Dierckens, M. & Deforche B. (2023). Studie Jongeren en Gezondheid, Mentaal, sociaal en fysiek welzijn [Factsheet]. Opgehaald van: https://www.jongeren-en-gezondheid.ugent.be/wordpress/wp-content/uploads/2023/08/3_Factsheet_MentaalSociaalFysiekWelzijn.pdf.
Het jonge mantelzorger zijn, is gebaseerd op volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst:
- Is er iemand bij jou thuis (het gezin waar je de hele tijd of de meeste tijd doorbrengt) die langer dan drie maanden lichamelijk en/of psychisch ziek of gehandicapt is? Voorbeelden van ziektes en handicaps zijn: kanker, suikerziekte, hartziekte, depressie, verslaving, autisme, verstandelijke beperking. Geef voor de onderstaande personen bij jou thuis aan of er bij hen sprake is van een ziekte of handicap: ikzelf, mijn vader/ moeder, mijn opa/oma die bij ons inwoont, mijn broer/zus, iemand anders die bij ons thuis woont.
Antwoordmogelijkheden: ja, neen. Om in te schatten welke jongeren jonge mantelzorger zijn werd geen rekening gehouden met de antwoordcategorie ‘ikzelf’. Wanneer bij minstens één van de overige antwoordmogelijkheden ‘ja’ werd aangekruist werd aangenomen dat de jongere een jonge mantelzorger is.
Het geslacht is gebaseerd op volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst:
- ‘Ben je een jongen of een meisje?’
Antwoordmogelijkheden: jongen, meisje.
De leeftijd is het tijdstip van de bevraging (jaar en maand) min het tijdstip van geboorte van de jongere (jaar en maand). De leeftijd is gebaseerd op volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:
- Welke maand is het vandaag?
Antwoordmogelijkheden: februari, maart, april, mei, juni. - In welke maand ben je geboren?
Antwoordmogelijkheden: januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december. - In welk jaar ben je geboren?
Voor het indelen in leeftijdsgroepen werd aangenomen dat een jongere hoogstens zes maanden van een bepaalde leeftijd afwijkt.
Het bepalen van herkomst is gebaseerd op volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:
- In welk land ben je geboren?
Antwoordmogelijkheden: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Marokko, Polen, ander land (vul in): … - In welk land is je moeder (of de partner van je vader) geboren?
Antwoordmogelijkheden: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Marokko, Polen, ander land (vul in): … - In welk land is je vader (of de partner van je moeder) geboren?
Antwoordmogelijkheden: België, Frankrijk, Nederland, Italië, Marokko, Polen, ander land (vul in): …
Op basis van de antwoorden op deze vragen werden drie groepen onderscheiden:
- Belgische herkomst’: de jongere zelf en beide ouders zijn in België geboren.
- 'eerste generatie buitenlandse herkomst’: de jongere is zelf in het buitenland geboren.
- 'tweede generatie buitenlandse herkomst’: de jongere is zelf in België geboren en één of beide ouders zijn in het buitenland geboren.
De onderwijsvorm werd bepaald op basis van volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst:
- Welke onderwijsvorm volg je?
Antwoordmogelijkheden: A-stroom, B-stroom, Algemeen secundair onderwijs (aso), Kunst secundair onderwijs (kso), Technisch secundair onderwijs (tso), Beroeps secundair onderwijs (bso).
Jongeren uit het lager onderwijs werden via een afzonderlijke vragenlijst bevraagd en vormen een groep die bij het weergeven van de resultaten bijkomend wordt onderscheiden. Voor de analyses werd het kunst secundair onderwijs (kso) en het technisch secundair onderwijs (tso) samengenomen.
Het werken van de ouders werd bepaald op basis van volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:
- Heeft jouw vader (of de partner van je moeder) werk?
Antwoordmogelijkheden: ja, neen, ik weet het niet, ik ken deze persoon niet/zie deze persoon nooit. - Heeft jouw moeder (of de partner van je vader) werk?
Antwoordmogelijkheden: ja, neen, ik weet het niet, ik ken deze persoon niet/zie deze persoon nooit.
Voor het weergeven van de resultaten werd enkel rekening gehouden met de ‘ja’ en ‘neen’ antwoorden. Er werden twee groepen onderscheiden: ‘vader en moeder werken’ en ‘één of beide ouders werken niet’.
Het gezinstype werd bepaald op basis van volgende vraag uit de HBSC-vragenlijst:
- ‘Vul deze vraag in voor het gezin waar je de hele tijd of de meeste tijd doorbrengt en duid de mensen aan die daar leven. Je mag meerdere antwoorden aanduiden.’
Antwoordmogelijkheden: moeder, vader, partner van vader, partner van moeder, pleegezin of opvangtehuis, bij iemand of ergens anders (bv. broer/zus of grootouders).
Voor de analyses werden jongeren die wonen bij hun moeder en vader ondergebracht in de groep ‘moeder-vadergezin’. De overige gezinssituaties werden ondergebracht in ‘ander gezinstype’.
Binnen de groep jonge mantelzorgers werd onderscheid gemaakt tussen jonge mantelzorgers die minder en meer dan 4u thuis wekelijks taken opnemen. Hiervoor werd gebruik gemaakt van volgende vragen uit de HBSC-vragenlijst:
- Heb je thuis (het gezin waar je de hele tijd of de meeste tijd doorbrengt) taken en verantwoordelijkheden, zoals schoonmaken van het huis, een broer of zus helpen bij huiswerk of zorgen voor een ziek familielid?
Antwoordmogelijkheden: ja, neen.
Als het antwoord op deze vraag ‘ja’ is, dan moet de volgende vraag beantwoord worden: - Gelieve in te schatten hoeveel uren per week je in de voorbije maand besteed hebt aan taken thuis.
Antwoordmogelijkheden: minder dan 1 uur, ongeveer 1 uur, ongeveer 2 tot 3 uur, ongeveer 4 tot 5 uur, ongeveer 6 tot 7 uur, ongeveer 8 uur of meer.
Een onderscheid wordt gemaakt tussen jonge mantelzorgers die thuis veel helpen (minstens vier uur per week) en jonge mantelzorgers die thuis niet of weinig meehelpen (minder dan vier uur per week).
Interpretatie van de resultaten
De weergegeven cijfers zijn schattingen van populatiepercentages op basis van surveydata. Omdat elke schatting onderhevig is aan steekproefonzekerheid, wordt bij elk percentage een 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven. Dit interval geeft de marge aan waarbinnen het werkelijke populatiepercentage met grote waarschijnlijkheid ligt. In de figuren is dit betrouwbaarheidsinterval grijs aangeduid rond elk schattingscijfer.
De cijfers zijn gewogen om mogelijke onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de steekproef te corrigeren. Bij deze weging werd rekening gehouden met geslacht, leerjaar en onderwijsvorm. Daardoor sluiten de resultaten beter aan bij de samenstelling van de Vlaamse jongerenpopulatie waarop de cijfers betrekking hebben.