Pas omgeving en gebouw aan
Ladder van koeling
Kopieer sectielink
De ladder van koeling kan je gebruiken als een stappenplan om gebouwen koel te houden, waarbij je best start met de meest duurzame en doeltreffende maatregelen (bovenaan) en pas als laatste naar energie-intensieve oplossingen grijpt (onderaan). Hoe hoger je op de ladder begint, hoe beter voor gezondheid, comfort én energieverbruik.
- Koele omgeving
Een groene, schaduwrijke omgeving met bomen zorgt voor lagere temperaturen rond een gebouw. Als de omgeving koel is, zal een gebouw ook minder snel opwarmen. Heb je een tuin? Zorg dan voor diverse aanplanting met struiken en, als het kan, ook bomen. Ook geveltuinen en het beperken van verharde oppervlakten rondom je huis helpen.
Ook de ruimere omgeving is belangrijk. Groen in de ruime omgeving beperkt het stedelijk hitte-eiland effect. Een goede richtlijn is de 3-30-300- regel. Dit helpt om opwarming van woningen te beperken nog vóór de warmte binnenkomt. - Hou warmte buiten
Voorkom dat warmte het gebouw binnendringt. Dit kan door buitenzonwering (bijvoorbeeld luifels, screens of rolluiken), het sluiten van ramen en deuren en het gebruik van binnenzonwering (bijvoorbeeld gordijnen) tijdens de heetste momenten van de dag. Werk van buiten naar binnen. Buitenzonwering is meer effectief dan binnenzonwering. Ook eenvoudige oplossingen kunnen een mooi effect hebben. Denk hierbij aan een laken spannen voor het raam. - Pas het gebouw aan
Structurele ingrepen zoals isolatie, aangepaste materialen en efficiënte zonwering maken een groot verschil. Deze maatregelen maken het gebouw beter bestand tegen hitte. Heb je een grote renovatie gepland? Neem dit dan zeker mee. - Passief koelen
Wanneer warmte toch binnenkomt, kan je proberen die zonder extra energie af te voeren. Dit gebeurt bijvoorbeeld door nachtventilatie (ramen openen wanneer het buiten koeler is). - Actief koelen
Bij nieuwbouw of verbouwingen kan je kiezen voor een systeem dat zowel kan verwarmen als koelen, zoals een warmtepomp. Er bestaan ook technieken die gebruikmaken van koude lucht uit de bodem of uit water, waardoor gebouwen fris blijven zonder veel energie te verbruiken. Pas als laatste stap wordt actieve koeling ingezet, zoals airconditioning. Deze systemen kunnen effectief zijn, maar verbruiken veel energie en kunnen bijkomende nadelen hebben. Daarom worden ze pas aanbevolen wanneer de voorgaande stappen onvoldoende zijn.